De Brede evaluatie onderzocht de kaders van organisaties met een bepaalde zelfstandige positie.  Het ging hierbij om de zbo’s, planbureaus, rijksinspecties, stichtingen, agentschappen en adviescolleges. De eindrapportage voor de brede evaluatie werd op 9 december 2021 gepubliceerd.

Aanleidingen voor de Brede evaluatie

Er waren meerdere aanleidingen om aandacht te besteden aan een aantal gemeenschappelijke kwesties in de kaders, zoals:

  • Vraagtekens bij de verhouding tussen beleidsdepartement en rijksorganisatie op afstand heeft op de uitvoeringspraktijk;

  • Vraagtekens bij de werking van het sturingsmodel: eigenaar, opdrachtgever, uitvoerder;

  • Gebrek aan overzicht door de grote verscheidenheid in wet- en regelgeving met betrekking tot de kaders;

  • De behoeften aan maatwerk en uitzonderingen op de algemeen geldende kaders;

  • Het effect van kaderstelling op opgavegericht werken en public value.

Onderzochte kaders en organisaties

Organsaties en de bijhorende kaders die behandeld worden in de brede evaluatie:

Organisaties

Kaders

Zelfstandig bestuursorganen (zbo's)

Kaderwet zelfstandige bestuursorganen

Planbureau's

Aanwijzingen voor de Planbureaus

Rijksinspecties

Aanwijzingen inzake de rijksinspecties

Agentschappen

Regeling agentschappen

Adviescolleges

Kaderwet adviescolleges

Stichtingen

Stichtingenkader

Normenkader financieel beheer

Doel van de Brede evaluatie

Overheidsorganisaties leveren een bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke opgaven. De kaders die deze organisaties reguleren, moeten daarbij ondersteunen. De doelen van de Brede evaluatie waren dan ook:

  • Inzicht krijgen in doelmatigheid en doeltreffendheid van de kaders. Bekijken hoe met de kaders wordt omgegaan;

  • Inzicht krijgen in de toekomstbestendigheid van de kaders.

  • Conclusies en aanbevelingen formuleren over eventuele gewenste aanpassingen of wijzigingen in de kaderstelling.

De Brede evaluatie stond uiteindelijk in het teken van een goed en slagvaardig openbaar bestuur en een overheid waar burgers op kunnen vertrouwen. Het ging om de public value van de overheid.
 

Werkwijze

Vijf gemeenschappelijke thema's vormden de rode draad in de Brede evaluatie:

  • Governance;

  • Ministriële verantwoordelijkheid en politieke verantwoording;

  • Publieke verantwoording;

  • Onafhankelijkheid;

  • Publieke waarde.

De thema's staan en stonden niet los van elkaar. In de Brede evaluatie worden zij in relatie tot elkaar bezien.