Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Verzelfstandiging

Verzelfstandiging

Zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) hebben een bijzondere positie binnen de Rijksoverheid. Zbo’s zijn ten eerste bestuursorganen; dat betekent meestal dat zij openbaar gezag uitoefenen. Zij zijn ten tweede zelfstandig, wat betekent: niet hiërarchisch ondergeschikt aan een minister. Het kabinetsbeleid is erop gericht om verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor de uitvoering van publieke taken transparant te maken voor het parlement. Als uitgangspunt geldt daarom dat zo weinig mogelijk zbo’s worden ingesteld en publieke taken van de centrale overheid zoveel mogelijk onder volledige ministeriële verantwoordelijkheid worden uitgevoerd. Als er dan toch een taak bij een zbo moet worden belegd, dan geldt tenminste de bevoegdhedenverdeling tussen vakminister en zbo zoals in de Kaderwet zbo’s is vastgelegd, tenzij de wetgever zelf hierop uitzonderingen maakt.

Afbeelding bij Verzelfstandiging

De Eerste Kamer heeft het Besliskader privatisering en verzelfstandiging ontwikkeld. De minister voor Wonen en Rijksdienst heeft aan de Eerste Kamer toegezegd dat het kabinet het Besliskader gebruikt en dat het onderdeel uitmaakt van het Integraal Afwegingskader. Dit Besliskader moet dus altijd gevolgd worden bij het voornemen taken te verzelfstandigen. Ook is toegezegd het Besliskader in de omgekeerde beweging te volgen. Het gaat hierbij om taken die thans door de markt worden verricht en waarvan de rijksoverheid vindt dat deze het beste (weer) in eigen beheer kunnen worden gedaan.