Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Toezicht

Toezicht

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een coördinerende verantwoordelijkheid voor het toezicht binnen de rijksdienst. Het ministerie bevordert dat het rijksbeleid, zoals neergelegd in de Kaderstellende Visie op Toezicht en in de kabinetsreactie op de WRR-rapporten Toezien op publieke belangen en Van tweeluik naar driehoeken wordt uitgevoerd. Tot deze coördinerende verantwoordelijkheid behoort ook het stimuleren en monitoren van de implementatie door departementen en rijksinspecties van de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties.

Afbeelding bij Toezicht

De Kaderstellende Visie op Toezicht (2005) geeft de uitgangspunten voor de organisatie van het rijkstoezicht. De visie reikt zes principes aan waar het rijkstoezicht aan moet voldoen, namelijk: Onafhankelijk- Transparant – Professioneel en Selectief- Slagvaardig- Samenwerkend. De eerste drie principes komen uit de eerste Kaderstellende Visie op Toezicht (2001). De geactualiseerde tweede visie uit 2005 bevat drie extra principes. Ze stelt het perspectief dat burgers, bedrijven en organisaties op toezicht hebben centraal. “Minder last, meer effect” is het centrale thema in deze visie. Uitgangspunt is dat het toezicht zich richt op de grootste risico’s, hard is waar het moet en zacht waar het kan en dat de toezichthouders samenwerken om hun effectiviteit te verbeteren en om stapeling van toezicht te voorkomen.

De kabinetsreactie op de WRR-rapporten ‘Toezien op publieke belangen’ en ‘Van tweeluik naar driehoeken’ (2014) richt zich onder meer op de centrale plaats voor de effectieve borging van publieke belangen binnen het toezicht. Bovendien staat het kabinet meer dialoog en samenspel voor over knelpunten tussen beleid en toezicht. Ook wil het kabinet de maatschappelijke opbrengsten zichtbaarder maken.

De Aanwijzingen inzake de rijksinspecties (in werking getreden op 1 januari 2016) leggen de onafhankelijke positie/werkwijze van rijksinspecties eenduidig vast; ze zorgen voor eenzelfde invulling van de ministeriële verantwoordelijkheid van bewindslieden; en ze maken samenwerking van rijksinspecties gemakkelijker. Met onafhankelijkheid wordt hier niet bedoeld staatsrechtelijke onafhankelijkheid, maar het onafhankelijk kunnen functioneren van inspecties, binnen de context van de ministeriële verantwoordelijkheid.