Privacy en Cookies

Voor een optimale werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag met behulp van Matomo Software. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie (uw IP-adres wordt geanonimiseerd) en de logfiles worden maximaal een half jaar bewaard.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Onafhankelijk onderzoek door de overheid naar de overheid

Onafhankelijk onderzoek door de overheid naar de overheid

De wijze waarop onafhankelijk onderzoek naar overheidshandelen dient te worden uitgevoerd draagt bij aan het verbeteren van de kwaliteit van de overheid als geheel. Belangrijk is daarbij onafhankelijkheid, inzagerecht, correctierecht en het recht van de Kamer op het horen van de onderzoekers. Om deze thema’s te waarborgen zijn gedragscodes en standaarden van toepassing. 

 

Deze gedragscodes en standaarden geven handvatten hoe de overheid dient te handelen vanuit een viertal perspectieven:

  • Het perspectief van de overheid als opdrachtgever van onderzoek;
  • Het perspectief van de onderzoeker als opdrachtnemer van onderzoek;
  • Het perspectief van de overheid als object van onderzoek;
  • Het perspectief van de Tweede Kamer, in haar controlerende taak.

 

Het perspectief van de overheid als opdrachtgever van onderzoek

Vanuit het perspectief van de overheid als opdrachtgever van onderzoek geldt dat naar aanleiding van de motie Voortman (TK 33750 VII, nr. 31) aan de Tweede Kamer is toegezegd onderzoeksrapporten die tot stand zijn gekomen op basis van de ARVODI actief openbaar te maken. Het uitgangspunt bij het actief openbaar maken van onderzoeksrapporten is: ‘openbaar, tenzij’. Dat moet in de regel gebeuren binnen 28 dagen nadat het onderzoeksrapport definitief is geworden. Voor commissies die via de Kaderwet adviescolleges zijn ingesteld, geldt dat de minister binnen drie maanden de reactie op een advies aan de Tweede Kamer zendt. Ook daarvoor is geborgd dat de Tweede Kamer het advies ontvangt.

 

Het perspectief van de onderzoeker als opdrachtnemer van onderzoek

Vanuit het perspectief van de onderzoeker als opdrachtnemer geldt de gewijzigde ARVODI-2018, waarin de mogelijkheid is opgenomen om de opdrachtnemer het publicatierecht toe te kennen. Tevens is het voor onderzoekers raadzaam om de Europese gedragscode voor wetenschappelijke integriteit All European Academies (ALLEA-gedragscode) toe te passen. Deze gedragscode is door en voor wetenschappers opgesteld.

 

Het perspectief van de overheid als object van onderzoek

Vanuit het perspectief van de overheid als object van onderzoek geldt dat de minister onderdelen van de Rijksoverheid die rechtstreeks vallen onder volledige ministeriële verantwoordelijkheid kan opdragen tot het verlenen van medewerking aan onderzoek. Voor onderdelen van de Rijksoverheid die niet of beperkt vallen onder de ministeriële verantwoordelijkheid geldt dat de formele mogelijkheden tot sturing afhankelijk zijn van de (rechts)vorm van de organisatie. Daarnaast geldt dat individuele medewerkers beschermd worden voor openbaarmaking van hun naam en andere persoonsgegevens. Wanneer het gaat om een integriteitsvraagstuk is dat primair een werkgeversaangelegenheid. In de Rijksbrede Baseline Intern Persoonsgericht Onderzoek (BIPO) is gedetailleerd vastgelegd aan welke spelregels een integriteitsonderzoek naar een persoon binnen het Rijk is gebonden en uit welke stappen dergelijk onderzoek bestaat.

 

Het perspectief van de Tweede Kamer, in haar controlerende taak

Het staat de Tweede Kamer uiteraard vrij, onder meer vanwege haar controlerende taak, onderzoekers te spreken over bepaalde onderwerpen. In uiterste gevallen beschikt de Kamer over verschillende mogelijkheden om onderzoekers te horen – al dan niet verplichtend en al dan niet onder ede - in het kader van een parlementaire hoorzitting, een parlementair onderzoek, een parlementaire ondervragingscommissie dan wel een parlementaire enquête.

 

 

Uitgelicht

Over dit thema

Voor het doen van onafhankelijk onderzoek is een aantal gedragscodes en standaarden van toepassing. Dit zijn de Algemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten tot het verrichten van diensten (ARVODI); de Leidraad instellen externe commissies. Deze leidraad sluit zoveel als mogelijk aan bij de ARVODI voor wat betreft de onafhankelijkheid van het onderzoek. Daarnaast zijn voor het uitvoeren van onderzoek de Europese gedragscode voor wetenschappelijke integriteit All European Academies (ALLEA-gedragscode) en Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit opgesteld. Voor adviescolleges geldt de kaderwet adviescolleges. Voorts zijn van toepassing de gedragscode integriteit Rijk, de baseline persoonsgericht onderzoek (BIPO) en heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid een publicatie opgesteld over onafhankelijk onderzoek.

Naast bovenstaande gedragscodes en standaarden zijn er nog specifieke codes die gelden voor een bepaald soort onderzoek, bijvoorbeeld medisch-ethische codes op het gebied van belangenverstrengeling.