Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud U bevindt zich hier:

Koninkrijksrelaties in internationaal verband

De overzeese gebieden binnen het Konkrijk der Nederlanden hebben een speciale plaats in de Europese Unie (EU). Landen en gebieden overzee (LGO's) van de EU zijn landen of gebiedsdelen die een speciale relatie met één van de lidstaten van de Europese Unie onderhouden.

De Europese Unie reserveert elke vijf jaar een budget voor ontwikkelingssamenwerking in het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) om de doelstellingen uit het Cotonou-akkoord (2000) te kunnen verwezenlijken. Het elfde Europees Ontwikkelingsfonds heeft een budget van 30,5 miljard euro  voor de periode van 2014-2020 voor ontwikkelingshulp wereldwijd. Van dit bedrag is 364,5 miljoen euro bestemd voor de LGO’s.

 

 

 

Verdere informatie

Landen en gebieden overzee

Europees Ontwikkelingsfonds 2014-2020

Over dit thema

LGO's, ACS-staten en UPR's

Europese Commissie en Beleid ontwikkelingssamenwerking

Huidige associatieregeling van de LGO's met de Europese Unie

Europees Ontwikkelingsfonds (EOF)

Horizontale fondsen

UPR (Ultra perifere regio)-status

Vereniging van LGO’s (OCTA)

Rol directie Koninkrijksrelaties

LGO's, ACS-staten en UPR's

Landen en gebieden overzee (LGO's) van de EU zijn landen of gebiedsdelen die een speciale relatie met één van de lidstaten van de Europese Unie onderhouden. Twee belangrijke elementen onderscheiden de LGO's van de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS-staten) en de Ultraperifere regio's (UPR's):

  • De LGO's maken geen deel uit van het communautaire grondgebied van de EU (in tegenstelling tot de UPR's).
  • De onderdanen hebben de nationaliteit van de lidstaten waartoe zij behoren (in sommige gevallen bezitten de onderdanen evenwel niet het volledige burgerschap van deze staten).
  • De LGO's behoren grondwettelijk gezien bij vier lidstaten (Denemarken, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk) en zijn dus geen onafhankelijke staten (in tegenstelling tot de ACS-staten behalve de Cookeilanden en Niue).

Het afgeleide recht van de Europese Unie is niet rechtstreeks op de LGO van toepassing. De Raad van de Europese Unie moet specifiek de regels vaststellen die voor de LGO gelden. De elementen met betrekking tot individuen die alle burgers van de Europese Unie betreffen (met name het burgerschap van de Europese Unie en de mensenrechten) zijn echter ook van toepassing op de onderdanen van de LGO die de volledige nationaliteit van een van de lidstaten bezitten.

Europese Commissie en Beleid ontwikkelingssamenwerking 

De Europese Unie is de grootste donor van ontwikkelingsgelden ter wereld. Samen met de lidstaten is de Europese Unie verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle niet-particuliere internationale hulpverlening. In 2012 gaven de lidstaten en de EU-fondsen samen ruim 55 miljard euro aan officiële ontwikkelingshulp. De Europese Unie reserveert elke vijf jaar een budget voor ontwikkelingssamenwerking in het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) om de doelstellingen uit het Cotonou-akkoord (2000) te kunnen verwezenlijken. Het elfde Europees Ontwikkelingsfonds heeft een budget van 30,5 miljard euro  voor de periode van 2014-2020 voor ontwikkelingshulp wereldwijd. Van dit bedrag is 364,5 miljoen euro bestemd voor de LGO’s.

De Overeenkomst van Cotonou is een verdrag uit 2000 tussen de Europese Unie en de zogeheten ACS-landen: de minder ontwikkelde landen in Afrika ten zuiden van de Sahara, het Caribische gebied en de Stille Oceaan.

Huidige associatieregeling van de LGO's met de Europese Unie

De verschillende besluiten van de Raad van de Euorpese Unie zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de associatieregeling tussen de EU en de LGO's. De basisbesluiten zijn de volgende:

  • Het Verdrag van Rome, gewijzigd bij de Europese Akte, het Verdrag van Maastricht, het Verdrag van Amsterdam en het Verdrag van Nice: De artikelen 182 tot en met 187;
  • Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee van de Europese Unie (“LGO-besluit”)

Het nieuwe LGO-besluit dat sinds 1 januari 2014 van kracht is, richt zich op de volgende drie pijlers: versterking van het concurrentievermogen, vergroting van de veerkracht en stimulering van samenwerking tussen de LGO's en andere partners in de naburige regio.

LGO's komen, evenals de ACS-staten, in aanmerking voor de Europese ontwikkelingsfondsen (EOF) en voor de steun van de Europese Investeringsbank (EIB). Bovendien nemen zij deel aan bepaalde communautaire programma's op specifieke gebieden zoals onderwijs.

Europees Ontwikkelingsfonds (EOF)

Het tiende Europees Ontwikkelingsfonds, dat loopt van 2008 tot 2013, kent een begrotingstoewijzing van 22.682 miljard euro. Van dit bedrag is 21,966 miljard euro voor de ACS-staten, 286 miljoen voor de LGO's en 2.430 miljoen voor de Commissie voor de ondersteunende uitgaven in verband met de programmering en uitvoering van het EOF door de Commissie.

De lidstaten zelf hebben hiernaast hun eigen bilaterale akkoorden en voeren hun eigen initiatieven uit in de ontwikkelingslanden die niet via het EOF of andere fondsen van de Gemeenschap gefinancierd worden.

Het elfde fonds loopt van 2014 tot 2020 (verordening (EU) Nr. 567/2014 van de Raad van 26 mei 2014). Voor de LGO’s is het bedrag voor deze periode verhoogd tot 364,5 miljoen euro. Dit bedrag is onderverdeeld in 229,5 miljoen euro voor de territoriale allocatie, 100 miljoen euro voor de bevordering van regionale samenwerking en integratie; voor de zogenaamde Reserve B wordt een bedrag van 21,5 miljoen euro apart gehouden voor de financiering van humanitaire en spoedeisende calamiteiten en eventueel, indien nodig, voor compensatie van fluctuaties in de exportinkomsten. Er is 5 miljoen euro beschikbaar voor de financiering van rentekosten en technische bijstand en 8,5 miljoen euro voor onderzoek of maatregelen voor technische bijstand. Uitvoering en uitwerking  van de territoriale projecten en de regionale programma’s bevindt zich nog in de ontwerpfase.

Horizontale fondsen

LGO’s kunnen gebruik maken van Europese horizontale fondsen. Dit is neergelegd in het LGO-besluit. Door de veelal kleine schaalgrootte van de LGO’s en de vereisten van de individuele fondsen is het in de praktijk moeilijk, soms vrijwel onmogelijk, om hier daadwerkelijk gebruik van te maken.

LGO’s zijn uitgesloten van structuurfondsen, deze zijn uitsluitend bestemd voor landen uit de Europese Unie.

UPR (Ultra perifere regio)-status

Er wordt al geruime tijd nagedacht om van sommige landen en Caribisch Nederland, de LGO-status te wijzigen in een UPR-status (Ultra Perifere Regio’s). Een voorwaarde om de UPR-status te verkrijgen is dat het acquis communautaire doorlopen dient te worden. Dit is het traject dat alle toetredende landen dienen te doorlopen om bij de Europese Unie te kunnen behoren. Een voordeel van de UPR-status is dat het eiland onderdeel wordt van Europa. De officiële munteenheid (vanaf 1 januari 2011 de Amerikaanse dollar) van deze eilanden zal dan hoogstwaarschijnlijk ingewisseld moeten worden voor de euro. Een dergelijk traject vergt gemiddeld zo’n 5 jaar.

Vereniging van LGO’s (OCTA)

Al sinds 2000 zijn vertegenwoordigers van LGO's in Brussel gestart met overleggen om gezamenlijke visies te ontwikkelen voor het LGO-beleid, dat door de Europese Commissie wordt voorbereid en wordt vastgesteld door de Raad van ministers van de EU. De Association of Overseas Countries and Territories (OCTA) telt 22 leden en kent een roulerend voorzitterschap voor de jaarlijks georganiseerde ministeriële conferentie. Deze zogenaamde OCTA-EU conferentie vindt afwisselend plaats in één van de LGO’s en Brussel en wordt voorbereid in de Tripartiete overleggen, een regulier overleg in Brussel met Task Force (EC), de LGO’s en de lidstaten. Ook rouleert het dagelijks bestuur (ExCo) van OCTA.

Voor 2014 hebben zitting in het bestuur (troika), de huidige voorzitter, de komend voorzitter en de vorige voorzitter:

  • Dr. the Hon. Orlando D. SMITH Premier of the British Virgin Islands
  • Prime Minister Ivar ASJES of Curaçao (Vice Chair) and
  • President Stéphane ARTANO of Saint Pierre and Miquelon (outgoing Chair)

De LGO’s van de EU zijn op weg om duurzame ontwikkeling in te voeren met een focus op de natuurlijke omgeving. Dit tracht men te bereiken door het bevorderen van economische en menselijke ontwikkeling met behulp van en in samenwerking met de EU en regionale en mondiale partners. Missie is het collectief samenwerken in gebieden met gelijksoortige omstandigheden en samenwerking op het terrein van de duurzame ontwikkeling van de LGO’s.

Doelen:

  • Het versterken en behouden  van de solidariteit tussen LGO en EU-relaties.
  • Aanbevelingen doen, en het uitvoeren van diverse projecten/programma’s om kansen te benutten en voordeel te behalen uit natuurlijke bronnen.
  • Samenwerking ontplooien om een kenniscentrum en thematische netwerken te ontwikkelen om zo een positie te verwerven.
  • Samen kenniscentra en thematische netwerken inrichten om waardevolle informatie te vergaren.
  • Het vormen van een kader waarbij de private partijen, de wetenschap en de burgerlijke gemeenschap wordt betrokken.
  • Het realiseren van een gezicht, een goede reputatie en een goede positie voor LGO’s.

Rol directie Koninkrijksrelaties

De directie Koninkrijksrelaties van het ministerie van BZK is voor de Europese Commissie aanspreekpunt inzake Europese projecten die met budgetten uit het Europees Ontwikkelingsfonds worden gefinancierd en onderhoudt hierover contacten met de landen en Caribisch Nederland. Ook vervullen de lidstaten een rol in de zogenaamde tripartiete overleggen met Landen en Gebieden Overzee en de Europese Commissie.

Ten aanzien van Europese regelgeving en budgetten worden lidstaten geconsulteerd. Zo is de directie Koninkrijksrelaties betrokken bij het ontwerp en besluitvorming over het nieuwe LGO-besluit, maar ook in voorkomende gevallen over horizontale fondsen.