Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Goed Bestuur Caribisch deel Koninkrijk

Goed Bestuur Caribisch deel Koninkrijk

Goed openbaar bestuur is resultaatgericht, behoorlijk en responsief. Ook in het Caribisch deel van het Koninkrijk zijn deze waarden van wezenlijk belang. De drie autonome landen, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, zijn zelf primair verantwoordelijk voor het functioneren van hun overheidsapparaat. Elk der landen zorgt zelf voor de verwezenlijking van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur. Het waarborgen van deze rechten, vrijheden, rechtszekerheid en deugdelijkheid van bestuur is echter een aangelegenheid van het Koninkrijk.

Afbeelding thema Goed Bestuur Caribisch deel Koninkrijk

Voor Caribisch Nederland, de drie eilanden die als bijzondere gemeenten onderdeel zijn van het Nederlands staatsbestel, heeft Nederland samen met de openbare lichamen een gedeelde verantwoordelijkheid.

 

 

Uitgelicht

Achtergrond

Beleidsdocumenten

Websites

Over dit thema

De waarden van goed bestuur zijn niet vanzelfsprekend en onomstreden. Over waarden is discussie mogelijk. Logischerwijs reflecteert onze interpretatie van goed openbaar bestuur in zekere zin de politieke keuzes van het huidige kabinet. Het gaat dan onder andere om het politieke en maatschappelijke antwoord op de vraag welke vormen van sturing en overheidsorganisatie de komende jaren nodig zijn om op maatschappelijke vraagstukken te kunnen anticiperen. 

De kernwaarden van goed openbaar bestuur zullen alle drie van groot belang blijven, maar er zullen nieuwe accenten worden gelegd en mogelijk ook nieuwe spanningen ontstaan. De waarden van goed bestuur kunnen botsen, zeker in tijden van bezuinigingen en een terugtredende overheid. Vinden we openheid belangrijker dan effectiviteit? Vinden we gelijkheid belangrijker dan participatie? En hoe gaat responsiviteit samen met het nemen van verantwoordelijkheid? Allemaal vragen die spelen in het Europese deel van het Koninkrijk.

Koninkrijksrelaties

In het Caribisch deel van het Koninkrijk is goed openbaar bestuur evenzeer van wezenlijk belang. Tegelijkertijd zijn de verschillen met Nederland aanzienlijk. Het streven is om, waar het gaat om goed openbaar bestuur, daarbij een passende verhouding te vinden tussen eenheid en verscheidenheid. Sinds 10 oktober 2010 is de staatkundige verhouding tot het Caribisch deel van het Koninkrijk veranderd. In de komende jaren worden deze nieuwe verhoudingen verder uitgekristalliseerd, waarbij continu de vraag zal zijn hoe invulling te geven aan het evenwicht tussen resultaatgericht, behoorlijk en responsief bestuur in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

We maken onderscheid tussen Caribisch Nederland, de drie eilanden die als bijzondere gemeenten onderdeel zijn van het Nederlands staatsbestel, en de drie autonome landen, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Reden hiervoor is dat de drie overzeese landen zelf primair verantwoordelijk zijn voor het functioneren van hun overheidsapparaat. In artikel 43 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden is immers geregeld dat elk der landen zorg draagt voor de verwezenlijking van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur. Het waarborgen van deze rechten, vrijheden, rechtszekerheid en deugdelijkheid van bestuur is echter een aangelegenheid van het Koninkrijk. Voor Caribisch Nederland heeft Nederland samen met de openbare lichamen een gedeelde verantwoordelijkheid.

Bestuurskracht en instituties

Het omgaan met complexe maatschappelijke problemen vergt een hoogwaardig ambtelijk en bestuurlijk overheidsapparaat. Wezenlijk voor de uitvoering van de taken en verantwoordelijkheden van de openbare lichamen is bijvoorbeeld voldoende bestuurskracht. De omvang van de openbare lichamen verschilt in belangrijke mate van de Nederlandse gemeente, terwijl wel een soortgelijk dan wel zwaarder takenpakket moet worden uitgevoerd. In de komende periode wordt met gerichte activiteiten dit vraagstuk geadresseerd.

In dit verband is het van belang dat instituties hun functie vervullen in termen van ‘checks and balances’. Zij spelen een belangrijke rol bij goed bestuur. Tegelijkertijd is het niet afdoende instituties die we in Nederland kennen één op één te kopiëren naar de eilanden. De vraag die de komende tijd op dit vlak gesteld moet worden is: op welke wijze kan de rol en positie van eilandelijke instituties verder versterkt worden?

De directie Koninkrijksrelaties van het ministerie van BZK stelt een programma op waarin de activiteiten ter versterking van de bestuurskracht een plaats krijgen. Dit geschiedt in overleg met Caribisch Nederland waarbij ook wordt verkend op welke wijze de drie autonome landen mee kunnen doen. Accenten zijn: praktische maatwerkoplossingen, behoeftegericht, wederkerigheid (van eilanden en landen wordt ook wat verwacht), gericht zowel op bestuur, op de instituties als op het ambtelijk apparaat. Nadat het programma door de minister van BZK is vastgesteld zullen de hoofdlijnen hiervan op deze kennisbank worden geplaatst.