Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud U bevindt zich hier:

Financieel toezicht Caribisch deel Koninkrijk

Bij het ingaan van de nieuwe staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk is afgesproken dat Nederland een oplossing zou bieden voor de schuldenproblematiek van de landen Curaçao en Sint Maarten. Daar stond tegenover dat ter voorkoming van nieuwe financiële problemen, gezamenlijk afspraken werden gemaakt over een deugdelijk begrotingsbeleid, het op orde brengen van het financieel beheer en een effectief financieel toezicht. Deze afspraken hebben geleid tot de consensus Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maaten (Rft), waaruit het bestaan van het College financieel toezicht (Cft) volgt en ook de financiële normen waaraan de landen moeten voldoen. Tevens is daarbij gesteld dat de gezonde startpositie sinds de schuldsanering tenminste in stand moet blijven. Aruba kent geen financieel toezicht.

Uitgelicht

Over dit thema

College financieel toezicht

Lenen en lopende inschrijving

Uitstaande leningen

Geldleningen 10-10-2010

Lopende inschrijving tot en met 2013

Verstrekte leningen 2014

Geldleningen en garanties Aruba

College financieel toezicht

De consensus Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maaten (Rft) regelt het College financieel toezicht (Cft) en de financiële normen waaraan de landen moeten voldoen. Tevens is daarbij gesteld dat de gezonde startpositie sinds de schuldsanering tenminste in stand moet blijven.

In de Rft wordt de opzet en daarmee ook de verantwoordelijkheidsverdeling binnen het financieel toezicht ten aanzien van Curaçao en Sint Maarten uiteengezet:

  • Het toezicht wordt uitgeoefend door de Rijksministerraad (RMR);
  • Het Cft is onafhankelijk en adviseert de RMR gevraagd en ongevraagd;
  • Het Cft heeft een signalerende en adviserende rol;
  • Alleen de Rijksministerraad kan, na advisering door het Cft, aanwijzingen geven aan de besturen.

Het Cft adviseert de besturen van Curaçao en Sint Maarten, gevraagd en ongevraagd, op diverse momenten in het jaar over de begroting(swijziging), de jaarrekening en het financieel beheer van de landen. Het betreft o.a. de beoordeling of de begrotingen binnen de afgesproken grenzen in evenwicht zijn (geen tekort op de begroting en geen overschrijding van de rentelastnorm van 5%), of de begrotingen ook voldoen aan de basisaspecten van een volledige, ordelijke en controleerbare begroting, of de landen voldoen aan de voorwaarden voor het aangaan van leningen, en de voortgang van de implementatie van de verbetering van het financieel beheer.

Indien een land op enig moment, nadat de landen eerst de mogelijkheid tot aanpassing is geboden, niet voldoet aan de normen en eisen uit de Rft rapporteert het Cft hierover aan de RMR. In het uiterste geval kan het Cft adviseren tot het geven van een aanwijzing, zoals in 2012 bij Curaçao is gebeurd. Het Cft kan dus niet zelfstandig ingrijpen. Uiteindelijk is het de RMR die beslist. De verantwoordelijkheid voor het toezicht ligt dus volledig bij de RMR. De RMR kan afwijken van het advies van het Cft.

De Directie Koninkrijksrelaties van het ministerie van BZK verzorgt de ambtelijke voorbereiding en monitoring voor de RMR. Tevens vertaalt de directie de adviezen van het Cft naar besluitvorming in de RMR.

Lenen en lopende inschrijving

Met de Rft is vastgelegd dat de landen moeten voldoen aan diverse (strenge) begrotingsnormen. Een staatsschuld zoals de voormalige Nederlandse Antillen hadden, richting de 90% van het BBP, wordt hiermee voorkomen. Het aangaan van nieuwe schulden blijft mogelijk zolang onder de rentelastnorm van 5% gebleven wordt. De toepassing van de rentelastnorm voorkomt immers te hoge rentelasten. Daar tegenover staat dat wanneer de landen daaraan naar het oordeel van het Cft voldoen, zij gerechtigd zijn geldleningen aan te gaan ten behoeve van (kapitaal)investeringen voor de ontwikkeling van het land. In artikel 16 Rft is over het aantrekken van leningen gesteld dat de Nederlandse Staat een verplichte lopende inschrijving heeft voor het gevraagde leningbedrag van het land tegen het actuele rendement op staatsleningen van de desbetreffende looptijd. Dit heeft tot gevolg dat - zolang de Rft de geldende regelgeving is - over het bestaan van de lopende inschrijving van de Nederlandse Staat en over de hierbij behorende voorwaarden geen keuzes of afwijkende besluitvorming vanuit de Nederlandse overheid of de RMR mogelijk is. Het financieel toezicht en de mogelijkheid via Nederland te kunnen lenen staan dus in onverbrekelijk verband met elkaar. De voorgenomen leningen worden separaat door het Cft getoetst aan de eisen die worden gesteld aan kapitaalinvesteringen volgens de System of National Accounts. Daarmee wordt gegarandeerd dat leningen alleen voor investeringen aangewend worden en niet voor consumptieve uitgaven.

De directie Koninkrijksrelaties van het ministerie van BZK verzorgt, in samenwerking met het Ministerie van Financiën, de lopende inschrijving op leningen van de landen.

De leningen die via de lopende inschrijving door Nederland worden verleend aan  Curaçao en Sint Maarten vinden hun plek in de (suppletoire) begroting en  jaarverslag van begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties van het betreffende begrotingsjaar. Naast verantwoording in de begrotingscyclus van begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties brengt het Cft eens per half jaar, door tussenkomst van de minister van BZK, een schriftelijk verslag uit over de werkzaamheden aan de raad van ministers van het Koninkrijk en aan de besturen, de beide Kamers der Staten-Generaal, en de beide Staten.

Alle officiële adviezen van het Cft zijn openbaar en beschikbaar via de website van het Cft.

Uitstaande leningen

Op dit moment staan (garantie)leningen aan Curaçao, Aruba en Sint Maarten op de balans van Nederland. Voor Curaçao en Sint Maarten betreft dit voornamelijk leningen die Nederland heeft overgenomen bij de wijziging van de staatkundige verhoudingen op 10-10-2010. Daarnaast hebben beide landen afgelopen jaren eenmaal gebruik gemaakt van de lopende inschrijving via Nederland. Voor Aruba betreft het leningen uit de jaren ’80 en ‘90 van de vorige eeuw voor ontwikkelingsprojecten.

Zie hierboven onder 'Uitgelicht' het overzicht van geldleningen aan Curaçao, Sint Maarten en Aruba.  

Geldleningen 10-10-2010

Bij het transitieproces van de staatkundige verhoudingen van Koninkrijk per 10-10-2010 is een deel van de schulden van Curaçao en Sint Maarten gesaneerd. Daarnaast zijn bestaande leningen van de landen via Nederland geherfinancierd tegen een gunstiger rentetarief. Voor Curaçao betreft dit een totaalbedrag van ANG 1.666 miljoen (ongeveer € 726 miljoen). Voor Sint Maarten betreft het leningen met een totale waarde van ANG 295 miljoen (ongeveer € 128 miljoen). De leningen hebben looptijden tussen de 10 en 30 jaar, welke gedurende de periode 2016-2040 tot terugbetaling zullen leiden. Tot op heden hebben zowel Curaçao als Sint Maarten tijdig de verschuldigde rentebetalingen voldaan.

Lopende inschrijving tot en met 2013

Met ingang van de nieuwe staatkundige verhoudingen staat voor Curaçao en Sint Maarten de mogelijkheid open om te lenen via de lopende inschrijving van Nederland, wanneer wordt voldaan aan de daarvoor gestelde eisen uit de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Rft).

Curaçao en Sint Maarten hebben beiden eenmaal een beroep op de lopende inschrijving gedaan tussen 2010 en 2013. Sint Maarten heeft in 2011 via de lopende inschrijving van Nederland de herfinanciering van een bestaande lening gefinancierd voor een bedrag van ANG 26 miljoen (€ 11 miljoen). In 2013 heeft Curaçao van de mogelijkheid tot lopende inschrijving gebruik gemaakt voor een bedrag van ANG 60 miljoen (€ 26 miljoen), ten behoeve van investeringen in het wegennet en de sociaaleconomische en educatieve infrastructuur.

Verstrekte leningen 2014

In 2014 hebben Sint Maarten en Curaçao tot op heden drie respectievelijk één leenverzoek ter toetsing bij het Cft voorgelegd. Het Cft heeft op deze verzoeken een positief advies uitgebracht en de landen hebben het leenverzoek vervolgens geëffectueerd.

Voor Curaçao gaat het om een eerste lening van ANG 250 miljoen (€ 109 miljoen) ten behoeve van de bouw van een nieuw ziekenhuis, waarvan de totale investering ANG 436 miljoen (€ 190 miljoen) bedraagt.

Voor Sint Maarten betreft het drie leningen met een totaalbedrag van totaal ANG 145 miljoen (€ 63 miljoen). Een leenverzoek van ANG 40 miljoen (€ 17 miljoen) voor de aankoop en gebruiksklaar maken van het nieuwe regeringsgebouw. Een tweede leenverzoek voor 2014 is bestemd voor diverse investeringen, zoals infrastructurele projecten. Sint Maarten had hiertoe een leenverzoek van ANG 89 miljoen (€ 39 miljoen) ingediend bij het Cft. Gezien het tijdstip in het jaar (eind eerste kwartaal) en de beperkte absorptiecapaciteit van het land, was het Cft van mening dat het leenbedrag beperkt moest worden tot ANG 60 miljoen (€ 26 miljoen).

Het laatste leenverzoek van Sint Maarten voor een bedrag van ANG 45 miljoen (€ 20 miljoen) betreft de financiering van investeringen die het land reeds heeft gedaan in 2011 en 2012. Destijds heeft Sint Maarten geen beroep gedaan op de mogelijkheid tot lopende inschrijving, hoewel het land uiteindelijk wel een positief advies bij de begroting van het desbetreffende jaar had, zijn deze investeringen voorgefinancierd uit liquide middelen. Dit is ook één van de redenen dat de liquiditeitspositie van Sint Maarten onder druk stond. Om deze druk weg te nemen heeft het Cft eenmalig toegestaan deze investeringen met terugwerkende kracht met een lening te financieren, met daarbij als voorwaarde dat de middelen die daarmee beschikbaar komen worden gebruikt door Sint Maarten om de liquiditeitspositie aan te zuiveren (tot een buffer van ANG 50 miljoen, € 22 miljoen).

Geldleningen en garanties Aruba

Tussen 1991 en 1995 zijn geldleningen aan Aruba verstrekt door de (inmiddels niet meer bestaande) Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden N.V. (NIO). Destijds viel Aruba nog onder de door NIO gehanteerde definitie voor ontwikkelingslanden. Daardoor kon Aruba aanspraak maken op geldleningen van deze investeringsbank voor projecten ter versterking van de economie. De leningen hebben een looptijd van 30 jaar. Jaarlijks betaalt Aruba de verschuldigde aflossing en rente. De leningen zullen in 2025 volledig zijn afgelost. Tot op heden heeft Aruba voldaan aan zijn betalingsverplichtingen (aflossing en rente).

De garantieleningen stammen uit de periode 1986-1990. Dit betreffen garantstellingen aan Aruba voor het geval het land niet meer aan zijn  betalingsverplichtingen kan voldoen. Jaarlijks vervalt een deel van iedere garantstelling, zodat deze afnemen in volume. Over het overgebleven deel betaalt Aruba rente. De garantstellingen vervallen stapsgewijs vanaf 2015 en zullen eind 2019 definitief zijn afgewikkeld. Tot op heden heeft Aruba voldaan aan zijn  betalingsverplichtingen in de vorm van betaalde rente.

Zie hierboven onder 'Uitgelicht' het overzicht van geldleningen en garanties aan Aruba.