Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Het Wiv-referendum; Nationaal Referendum Onderzoek 2018

Afbeelding rapport Het Wiv-referendum; Nationaal Referendum Onderzoek 2018

Auteur(s): Kristof Jacobs (redactie)

Radboud Universiteit Nijmegen

Rapport | December 2018 (82 pagina's)

Toelichting

De Stichting Kiezersonderzoek Nederland analyseert in dit onderzoek rond het Wiv-referendum o.a. de motieven van kiezers om te gaan stemmen, de redenen voor hun stemkeuze en het effect van de combinatie met de gemeenteraadsverkiezingen.

Het samenvallen met de gemeenteraadsverkiezingen zorgde voor een boost in de opkomst, vergeleken met het vorige referendum. Deze combinatie lokte wel vooral de ‘usual suspects’ naar de stembus. Dit lijkt volgens de onderzoekers enigszins ten faveure te zijn geweest van voorstemmers en blanco stemmers. De interesse in het onderwerp was bij dit referendum hoger dan bij het Oekraïnereferendum. De meerderheid van de respondenten vond de Wiv een goed onderwerp voor een referendum.

Verschillen in opkomst tussen leeftijdsgroepen en tussen hoger- en lager opgeleiden zijn groot. Mannen, ouderen en hoger opgeleiden gingen vaker stemmen. Dit ligt deels in lijn met de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen. De onderzoekers stellen daarnaast dat privacy, dat een van de belangrijkste elementen in de discussie was, een onderwerp is waar vooral hoger opgeleiden een uitgesproken mening over hebben. Als reden om niet te gaan stemmen, noemden niet stemmers vooral de verwachting dat er toch niets mee gedaan zou worden. Wat betreft stemkeuze, stemden vrouwen vaker tegen de Wiv en stemmers van 65 jaar en ouder vaker voor.

Opmerkelijk is dat, anders dan bij reguliere verkiezingen, het verschil in opleidingsniveau niet bepalend was voor de stemkeuze.

Het belangrijkste motief voor de voorstemmers was dat zij veiligheid belangrijker vinden dan privacy. 58% van de respondenten kwam spontaan zelf met dit motief in een open vraag. Tegenstemmers voerden meerdere motieven aan: 1. Privacy is belangrijker; 2. De wet in de voorgestelde vorm heeft nog aanpassing nodig; 3. Er moet geen inzage mogelijk zijn door buitenlandse mogendheden.

Opmerkelijk is dat er vrijwel geen respondenten tegen een nieuwe Inlichtingenwet zonder meer zijn. Voor- en tegenstanders geven aan dat ze het voorliggende voorstel niet goed genoeg vinden. Voor de voorstanders gaf de noodzaak die ze zien van nieuwe bevoegdheden voor de AIVD de doorslag. Voor tegenstanders woog het door hen gepercipieerde gebrek aan privacy waarborgen zwaarder. Hoewel ze dus geen van allen tegen een nieuwe wet zijn, maakten ze een andere afweging bij de beoordeling van het voorliggende voorstel