Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Sterke schouders, gedeelde verantwoordelijkheid

Afbeelding rapport Sterke schouders, gedeelde verantwoordelijkheid

Auteur(s): Paul Sinning, Reinier Bergema en Mischa Sibbel

The Hague Centre for Strategic Studies

Rapport | Mei 2018 (43 pagina's)

Toelichting

Het aantal politieke ambtsdragers dat op jaarlijkse basis te maken krijgt met agressie en geweld is toegenomen ten aanzien van voorgaande jaren. Een aanzienlijk deel van de zittende burgemeesters en wethouders, respectievelijk 55% en 38%, is geconfronteerd met verbale agressie, bedreiging/intimidatie, fysieke agressie, seksuele intimidatie en/of discriminatie. Dat is een verontrustende omvang en verdient structurele aandacht. Om deze problematiek het hoofd te bieden is er in de afgelopen jaren een breed instrumentarium ontwikkeld, variƫrend van leidraden en campagnes tot bestuurlijke en strafrechtelijke maatregelen. Echter, waar geweld tegen overheidsmedewerkers in brede zin afneemt, blijft eenzelfde effect bij politieke ambtsdragers tot nu toe uit. De omgeving waarin (lokale) politieke ambtsdragers opereren is sterk aan verandering onderhevig. De verscherpte maatschappelijke tegenstellingen, zowel inhoudelijk als tussen bevolkingsgroepen in onze samenleving, maken besluitvormingsprocessen en het bereiken van effectieve compromissen tot een uiterst lastige opgave. Het stijgende wantrouwen in de politiek leidt tot verminderde acceptatie bij dat deel van de burgers, dat zich sowieso onbegrepen voelt en het perspectief op maatschappelijke verbetering kleiner ziet worden. De algemene verwachting is dat het risico op agressie en geweld in de toekomst zal toenemen. Daarnaast worden lokale overheden geconfronteerd met een terugtrekkende rijksoverheid. De vraag of lokale overheden voldoende zijn toegerust om adequaat met deze ontwikkelingen om te gaan wint aan belang. In deze studie is het huidige instrumentarium ter bescherming van lokale politieke ambtsdragers op hoofdlijnen getoetst.

Aan de hand van een drietal casussen is gekeken naar discrepanties tussen hetgeen op papier aan instrumentarium staat beschreven versus de wijze waarop het zich in de praktijk manifesteert. De onderzochte gemeenten verschillen in omvang en ervaring, alsook in de ervaren problematiek. Gezien de beperkte omvang van deze studie gelden de resultaten slechts als indicatief. Echter biedt het een aantal aangrijpingspunten en invalshoeken om het huidige beleid nader aan te scherpen, dan wel richting te geven aan verdiepend onderzoek.