Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Right to Challenge; Een studie naar de mogelijkheden voor een algemene regeling voor het ‘Right to Challenge’ en andere burgerinitiatieven in Nederland

Afbeelding rapport Right to Challenge; Een studie naar de mogelijkheden voor een algemene regeling voor het ‘Right to Challenge’ en andere burgerinitiatieven in Nederland

Auteur(s): W. den Ouden, G. Boogaard en E.M.M.A. Driessen

Universiteit Leiden

Rapport | Maart 2019 (120 pagina's)

Toelichting

Het kabinet zet in op versterking van de mogelijkheden van burgerinitiatieven, in het bijzonder via Right to Challenge. In het regeerakkoord staat dat: ‘in overleg met gemeenten gekeken zal worden naar de mogelijkheid om via een Right to Challenge-regeling burgers en lokale verenigingen de mogelijkheid te geven om een alternatief voorstel in te dienen voor de uitvoering van collectieve voorzieningen in hun directe omgeving.’

In dat kader heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Universiteit Leiden verzocht om juridisch advies. Daarbij is ten eerste gevraagd om de belangrijkste juridische knelpunten voor burgerinitiatieven in kaart te brengen en te bezien hoe deze kunnen worden opgelost, dan wel hoe daarmee kan worden omgegaan.

In een vijftal casussen zijn de juridische knelpunten geanalyseerd en besproken met experts en stakeholders. De juridische obstakels die initiatiefnemers ervaren, kunnen van uiteenlopende aard zijn. Soms zijn die staatsrechtelijk, bijvoorbeeld in relatie tot bevoegdheden tot een gemeenteraad, maar vaak ook privaatrechtelijk, waar het gaat om zaken als aansprakelijkheid, mogelijke concurrentievervalsing en verzakelijking van eerder informele verhoudingen tussen initiatiefnemers. Ook kan er specifieke sectorwetgeving in het geding zijn. Door de veelheid van verschillende ‘regelcomplexen’ waarmee initiatiefnemers te maken kunnen hebben, zien de onderzoekers geen oplossing in een algemene wettelijke regeling voor Right to Challenge.  Wel suggereren zij het recht van initiatiefnemers op toegang tot het bestuur juridisch (steviger) te verankeren in de vorm van een aanpassing van het petitierecht zoals neergelegd in artikel 5 Grondwet. Daarnaast kan worden gedacht aan de opname van een recht op ondersteuning door het ambtelijk apparaat of de wettelijke verankering van een dienstbaarheidsbeginsel in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De onderzoekers zien de knelpunten tenslotte niet altijd alleen in wet- en regelgeving zelf, maar ook in de onbekendheid bij initiatiefnemers van de mogelijkheden die er wel degelijk zijn. Initiatiefnemers zijn dus ook geholpen met kennisoverdracht, met de uitwisseling van ervaringen en met hulpmiddelen als modelverordeningen.