Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Productiviteit van overheidsbeleid deel 4: de Nederlandse netwerksectoren 1980-2015

Afbeelding rapport Productiviteit van overheidsbeleid deel 4: de Nederlandse netwerksectoren 1980-2015

Auteur(s): Jos Blank en Alex van Heezik

IPSE Studies

Rapport | December 2017 (145 pagina's)

Toelichting

Het centrale thema van deze studie van de stichting Instituut Publieke Sector Efficiëntie (IPSE) Studies is de samenhang tussen beleid en productiviteit in de netwerksectoren drinkwater, energie en spoorwegen. Het begrip productiviteit is niets anders dan de geleverde productie per ingezette euro. Productie wordt hierbij gemeten aan de hand van een aantal productindicatoren, als de kubieke meters geleverd water, kilowatturen elektriciteit en reizigerskilometers. Om zicht te krijgen op de effecten van deze interventies zijn de beleids- en productiviteitsontwikkelingen van genoemde drie netwerksectoren onderzocht. De bevindingen per sector zijn vervolgens samengebracht en tegen elkaar afgezet via een zogenoemde meta-analyse. Op basis van deze meta-analyse is nagegaan welke instrumenten het meest kansrijk zijn om de productiviteit van deze sectoren - of nog breder in de publieke sector - positief te beïnvloeden.

De belangrijkste conclusies zijn dat de productiviteitsgroei in netwerksectoren hoog is; de beïnvloeding van de productiviteitsgroei door de overheid beperkt is; het effect van de geleidelijke liberalisering moeilijk is vast te stellen; bedrijfsvergelijking in drinkwatersector waarschijnlijk effectief is; de doelmatigheidsregulering van de energiesector mogelijk van invloed is; de kwaliteit niet ondermijnd is door productiviteit; de schaalvergroting per saldo een negatieve effect heeft; technologische ontwikkeling de productiviteitsgroei domineert; de overgangskosten zijn substantieel.