Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Participatie en inspraak in coronatijd

Afbeelding rapport Participatie en inspraak in coronatijd

Auteur(s): Steven Blok, Pepijn van der Beek, Sinem Albayrak en Frederik van Dalfsen

Berenschot

Rapport | September 2020 (29 pagina's)

Toelichting

Deze rapportage geeft antwoord op de vraag: Hoe geven gemeenten ten tijde van de COVID-19 invulling aan (al of niet verplichte) inspraak en burgerparticipatie? We trekken drie conclusies.

1. Inspraakprocedures en participatieprocessen gingen grotendeels door tijdens de COVID-19. We constateren dat het grootste gedeelte van de projecten niet in de knel kwam door COVID-19 en de bijbehorende maatregelen. Een kleiner gedeelte van de fysieke (participatie-)bijeenkomsten kon niet doorgaan. Bij de start van COVID-19 was er binnen gemeenten vooral aandacht voor de consequenties van de pandemie, zoals de gezondheid en veiligheid van de inwoners, en minder aandacht voor participatie. Bij de start van COVID-19 waren de gemeenten in eerste instantie afwachtend. Na korte tijd van afwachten zetten gemeenten de eerste stappen om processen voort te zetten: in vormen die al “coronaproof” waren, in nieuwe vormen die “coronaproof” zijn of in digitale vormen. Zo zijn inspraakprocedures en participatieprocessen grotendeels toch doorgegaan.

2. Gegeven dat inspraakprocedures en participatieprocessen grotendeels doorgingen, liepen gemeenten tegen de volgende problemen aan:

  • sommige fysieke bijeenkomsten konden niet doorgaan;
  • er zijn zorgen om de kwaliteit van inspraakprocedures en participatieprocessen; en
  • veel alternatieve instrumenten of vormen zijn nieuw en dit zorgt voor onzekerheid.

Gemeenten liepen wel tegen knelpunten aan. Fysieke bijeenkomsten konden gedurende COVID-19 niet doorgaan: ze werden geannuleerd of uitgesteld. Inspraakprocedures gingen (in sommige gevallen pas na enkele weken) digitaal verder. Daarom maakt(e) men zich zorgen om de kwaliteit van inspraakprocedures en participatieprocessen, omdat deze niet zorgvuldig, zinvol of breed genoeg zouden zijn. Zorgen troffen wij bij vrijwel alle onderzochte gemeenten, maar met name bij kleine en middelgrote gemeenten. Daarentegen is men in de grote steden wel tevredener over hoe de participatieprocessen verlopen zijn tijdens COVID-19 (in vergelijking met klein en midden). Grote gemeenten zijn zelfs tevredener geworden over participatieprocessen tijdens COVID-19 in vergelijking met de periode daarvoor. Een laatste waargenomen knelpunt is dat het inzetten van alternatieve instrumenten of vormen zorgt voor onzekerheid, omdat deze nieuw zijn voor de medewerkers van de gemeente en de inwoners. Zo zorgen nieuwe vormen en instrumenten bijvoorbeeld voor een andere dynamiek (zoals verzakelijking of onzekerheid) tussen de gemeente en inwoners.

3. Gegeven dat de meeste gemeenten doorgingen met inspraak en participatie tijdens COVID-19,hebben veel gemeenten digitale aanvullende alternatieven ingezet. Gemeenten willen een combinatie van offline en online inzetten. Dus de zoektocht naar aansluitende, digitale vormen en instrumenten staat centraal.