Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

De effecten van Baumol Verdoorn en Robinson in de publieke dienstverlening

Afbeelding rapport De effecten van Baumol Verdoorn en Robinson in de publieke dienstverlening

Auteur(s): Jos L.T. Blank en Alex A.S. van Heezik

Stichting Instituut Publieke Sector Efficiëntie Studies

Rapport | Mei 2020 (22 pagina's)

Toelichting

Deze verdiepende analyse maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Beleid en productiviteit van de overheid: effecten van beleidssturing Onderzoeksprogramma 2020-2023, gesubsidieerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op basis van de vele eerder door IPSE uitgevoerde productiviteitsonderzoeken in 15 publieke beleidssectoren (1980-2017) hebben de onderzoekers van IPSE getoetst in hoeverre de economische theorieën van Baumol, Verdoorn en Robinson werkzaam zijn in de Nederlandse publieke sector.

Die theorieën luiden als volgt:

  • In arbeidsintensieve sectoren zal de productiviteitsgroei lager zijn dan in andere sectoren (Baumol-effect).
  • Sectoren met een hoge groei van de productie kennen een hogere groei van de productiviteit dan andere sectoren (Verdoorn-effect).
  • Een hoge productiviteitsgroei gaat meestal gepaard met een relatieve verlaging van het aandeel arbeid (Robinson-effect).

Het onderzoek laat zien, dat deze effecten zich inderdaad voordoen en dat de effecten van Baumol en Verdoorn samen 75% van de variatie in de productiviteit per sector verklaren.  Met name de sectoren primair en voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, politie en rechterlijke macht vallen in het onderzoek op als gebrekkig functionerende sectoren.

De resultaten van dit onderzoek leveren belangrijke kennis op om beter te sturen op productiviteitsontwikkeling in de komende jaren, die zeer waarschijnlijk tot grote soberheid zullen dwingen. Inzet van technologie, digitalisering, data-gedreven werken, innovatie, wijze van bekostiging, flexibilisering in termen van kapitaal en personeel en anticiperen/acteren op conjuncturele ontwikkelingen en contextwijzigingen vormen daarbij wezenlijke succesfactoren.