Privacy en Cookies

Voor een optimale werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag met behulp van Matomo Software. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie (uw IP-adres wordt geanonimiseerd) en de logfiles worden maximaal een half jaar bewaard.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Basismonitor Politieke Ambtsdragers 2020

Afbeelding rapport Basismonitor Politieke Ambtsdragers 2020

Auteur(s): Giedo Jansen, Bas Denters en Sabine van Zuydam

Rapport | Oktober 2021 (94 pagina's)

Toelichting

Na de Basismonitor Politieke Ambtsdragers – gemeenten uit 2019 is dit de tweede Basismonitor Politieke Ambtsdragers. Deze editie is gericht op de ambtsopvattingen en ambtsbeleving van volksvertegenwoordigers en bestuurders in provincies en waterschappen. Ruim 350 volksvertegenwoordigers en bestuurders werkten mee aan dit onderzoek. Politieke ambtsdragers bij provincies en waterschappen zijn redelijk tevreden over het functioneren van de representatieve democratie in hun provincie of waterschap. Volksvertegenwoordigers (PS-leden en AB-leden) zijn daarbij minder positief dan bestuurders (GS-leden en DB-leden). Ambtsdragers in provincies en waterschappen zijn ontevreden over wat er in hun provincie of waterschap gebeurt om ‘afhakers’ – mensen die zijn vervreemd van de politiek – weer bij de publieke zaak te betrekken.

PS-leden besteden gemiddeld 22 uur per week aan hun werkzaamheden en AB-leden 12,4 uur. Voor GS-leden en DB-leden is dat respectievelijk 61,5 en 41,5 uur. Naast hun politieke ambt besteden PS-leden gemiddeld 32,9 uur per week aan hun reguliere baan of belangrijkste bezoldigde nevenfunctie. Voor AB-leden is dat 35 uur per week. Jongere PS- en AB-leden besteden daarbij meer tijd aan werkzaamheden naast het ambt dan hun oudere ambtsgenoten. Volksvertegenwoordigers en bestuurders van provincies en waterschappen zijn matig tevreden over de werkdruk, werk-privé balans en verlof- en vervangingsregelingen (rapportcijfer veelal tussen 5 en 6,5).