Privacy en Cookies

Voor een optimale werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag met behulp van Matomo Software. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie (uw IP-adres wordt geanonimiseerd) en de logfiles worden maximaal een half jaar bewaard.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Q en A's Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming

Terug naar themapagina Inrichting Openbaar Bestuur

  • Een digitale raadsvergadering dient per definitie in de openbaarheid plaats te vinden. Dit is voor gemeenteraden opgenomen in artikel 2.3 van de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming. In de Memorie van Toelichting bij de Tijdelijke wet (Kamerstukken 35 424, nr. 3) is expliciet opgenomen dat de Tijdelijke wet het niet mogelijk maakt om een besloten digitale raadsvergadering te houden. De reden is dat “met de huidige techniek voor de beperkte tijdspanne waarin deze wet vermoedelijk van kracht zal zijn daartoe onvoldoende waarborgen zijn. In hoeverre immers sprake kan zijn van beslotenheid als alle leden vanuit huis deelnemen aan een digitale vergadering, valt niet na te gaan”.
    Als de raad ergens in beslotenheid over wil vergaderen, oftewel beraadslagen en besluiten, dan moet dit fysiek plaatsvinden, achter gesloten deuren met inachtneming van de RIVM-richtlijnen. Is dit niet mogelijk, dan dient de vergadering te worden uitgesteld.  
  • De Tijdelijke wet is techniekneutraal vormgegeven. Daardoor zijn verschillende systemen bruikbaar. Wel is cruciaal dat de openbare wilsuitdrukking kenbaar moet zijn via de applicatie. Deze eis volgt uit artikel 2.5 van de Tijdelijke wet en betekent dat voordat de voorzitter een besluit vaststelt, de stemmende leden moeten kunnen zien hoe hun stem verwerkt is. Dan kunnen zij namelijk aan de bel trekken als dit verkeerd is gegaan. Ook moet de uitslag van de stemming uiteraard voor iedereen toegankelijk zijn. Dit betekent dat het mogelijk is om een hoofdelijke stemming via een stemapplicatie uit te voeren, zolang aan artikel 2.5 wordt voldaan. Omdat de eisen waar een stemapplicatie op grond van de wet aan moet voldoen duidelijk zijn, toetst het ministerie van BZK niet vooraf welke applicaties wel of niet voldoen. In het Advies rondom digitaal stemmen is een aantal aanbevelingen opgenomen waar een griffier aan kan denken om een stemming middels een stemtoepassing rechtsgeldig te doen plaatsvinden.  
  • Vooropgesteld is het de verantwoordelijkheid van een raadslid om af te wegen deel te nemen aan een raadsvergadering. Een raadslid kan dus, zonder vooroverleg met de voorzitter, besluiten niet deel te nemen aan de raadsvergadering. De raadsvergadering kan fysiek plaatsvinden, uiteraard met inachtneming van de richtlijnen van het RIVM, of digitaal. De Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming biedt immers de mogelijkheid digitaal te kunnen vergaderen en te besluiten, zolang de gezondheidssituatie daar om vraagt.

    In de Gemeentewet is opgenomen dat de voorzitter de locatie van de vergadering bepaalt, dat kan ook een digitale locatie betreffen. Formeel is het daarmee aan de voorzitter om te besluiten hoe vergaderd wordt. Het ligt echter zeer in de rede dat de burgemeester dit besluit neemt met inachtneming van het sentiment van de raad, bijvoorbeeld door dit te bespreken in het presidium. Mogelijk zijn in het Reglement van Orde (RvO) van de gemeenteraad inmiddels afspraken gemaakt over hoe hiermee om te gaan. Het is dus aan te bevelen om blijvend het gesprek met elkaar aan te gaan, bijvoorbeeld als het gaat over raadsleden die vanwege het coronavirus niet willen deelnemen aan een fysieke vergadering.  
  • Op grond van artikel 21 van de Provinciewet kunnen gedeputeerden deelnemen aan de beraadslaging van Provinciale Staten. Wanneer zij dit doen, zijn zij te kwalificeren als deelnemers aan de vergadering. De wijze waarop zij deelnemen is echter niet van invloed op de vorm van de vergadering. Het quorum voor het openen van een Statenvergadering is gekoppeld aan het aantal Statenleden dat deelneemt aan de vergadering. De Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming creëert de mogelijkheid om onder voorwaarden ook digitaal te vergaderen. Op grond van artikel 1.3, tweede lid, sub a, van de Tijdelijke wet digitale besluitvorming vindt een digitale vergadering als bedoeld in het eerste lid slechts doorgang voor zover: a. ieder lid afzonderlijk digitaal toegang heeft tot de beraadslaging en stemming. Dus als de Statenleden digitaal deelnemen is er sprake van een digitale vergadering. Voor andere deelnemers aan de vergadering geldt deze eis niet. De commissaris van de Koning, de griffier of gedeputeerden kunnen via een gezamenlijke verbinding deelnemen aan een digitale vergadering. De deelname van de gedeputeerden vanuit de Statenzaal heeft dus geen effect op het quorum van de digitale vergadering, maakt de vergadering niet hybride en is daarmee toegestaan. Evenals bij fysieke vergaderingen is het bij digitale vergaderingen van belang dat er een gelijk politiek speelveld is voor alle deelnemers aan de beraadslaging. Het is daarbij een lokale afweging of een situatie hier in voldoende mate aan voldoet en bepaalde deelnemers ten opzichte van anderen geen extra voordeel of nadeel ondervinden aan de situatie.
  • De Tijdelijke wet is techniekneutraal vormgegeven. Daardoor zijn verschillende systemen bruikbaar. Wel is cruciaal dat de openbare wilsuitdrukking kenbaar moet zijn via de applicatie. Deze eis volgt uit artikel 2.5 van de Tijdelijke wet en betekent dat voordat de voorzitter een besluit vaststelt, de stemmende leden moeten kunnen zien hoe hun stem verwerkt is. Dan kunnen zij namelijk aan de bel trekken als dit verkeerd is gegaan. Ook moet de uitslag van de stemming uiteraard voor iedereen toegankelijk zijn. Dit betekent dat het mogelijk is om een hoofdelijke stemming via een stemapplicatie uit te voeren, zolang aan artikel 2.5 wordt voldaan. Omdat de eisen waar een stemapplicatie op grond van de wet aan moet voldoen duidelijk zijn, toetst het ministerie van BZK niet vooraf welke applicaties wel of niet voldoen. In het Advies rondom digitaal stemmen is een aantal aanbevelingen opgenomen waar een griffier aan kan denken om een stemming middels een stemtoepassing rechtsgeldig te doen plaatsvinden.  
  • Alle raadsleden kunnen via een briefstem deelnemen aan een stemming, ook als zij niet aanwezig zijn geweest bij de digitale vergadering. In artikel 2.4 van de Tijdelijke wet is opgenomen dat ieder lid via een briefstem een stem kan uitbrengen. Dit uiteraard binnen de door de voorzitter bepaalde grenzen voor de briefstemprocedure: een stem kan pas na afloop van de digitale vergadering worden uitgebracht en moet voor een door de voorzitter bepaald moment binnen zijn bij de griffie. Het is voorstelbaar dat dit belemmeringen oplevert voor raadsleden die niet deel hebben genomen aan een vergadering om een stem uit te brengen. Het is niet mogelijk om een briefstem digitaal uit te brengen. De Tijdelijke wet bepaalt in artikel 2.4 dat een briefstem persoonlijk, per brief of per koerier moet worden ingeleverd bij de griffie. Digitaal is dus geen optie.
  • Het is inderdaad mogelijk om dit op deze wijze te doen, zolang beide vergaderingen afzonderlijk worden aangekondigd en de daarbij geldende bepalingen worden nageleefd. Maakt hoeveel tijd uit tussen de fysieke beraadslaging en de digitale vergadering? Dat maakt in beginsel niet uit, tenzij er bijvoorbeeld een besluitvormingstermijn in het gedrang komt. Over het algemeen is het dus aan te bevelen om daar geen al te lange tijd tussen te laten zitten. De raadsleden die de fysieke beraadslaging bijwonen moeten echter wel voldoende (reis)tijd tussendoor hebben om vervolgens ook aan de digitale besluitvormende vergadering te kunnen deelnemen. Het is aan gemeenten om daar een afweging in te maken, rekening houdend met de lokale omstandigheden en gebruiken.
  • Een schriftelijke stemming kan niet digitaal plaatsvinden. Artikel 2.4 van de Tijdelijke wet maakt een briefstemprocedure mogelijk door persoonlijk, per brief of per koerier een stem in te leveren bij de griffie. Een digitale optie zit hier niet bij. Er is geen bezwaar tegen de constructie dat wethouders digitaal aanwezig zijn bij een fysieke raadsvergadering. De Tijdelijke wet regelt hier niets over, voor deze situatie geldt de Gemeentewet. Omdat wethouders niet meetellen voor het quorum en de presentielijst niet tekenen is hier voldoende verschil met raadsleden om dit mogelijk te maken. Vanuit BZK is het voornemen een verkenning te starten naar het draagvlak voor een permanente regeling voor digitaal vergaderen in de Gemeentewet. Daarbij wordt ook meegenomen wat behouden moet blijven aan de huidige regeling en waar in de praktijk om verandering wordt gevraagd. Vooruitlopend daarop is de verwachting niet dat er een verandering komt in de regeling zoals de Tijdelijke wet die nu geeft. Vormen van fractiestemmen waarbij 1 lid namens de hele fractie stemt zijn niet mogelijk. Artikel 27 staat daar inderdaad aan in de weg. Ook kunnen er problemen zijn met het stemquorum.
  • De tijdelijke wet is techniekneutraal vormgegeven. Daardoor zijn verschillende systemen bruikbaar. Wel is cruciaal dat de openbare wilsuitdrukking kenbaar moet zijn via de applicatie. Deze eis volgt uit artikel 2.5 van de Tijdelijke wet en betekent dat voordat de voorzitter een besluit vaststelt, de stemmende leden moeten kunnen zien hoe hun stem verwerkt is. Dan kunnen zij namelijk aan de bel trekken als dit verkeerd is gegaan. Ook moet de uitslag van de stemming uiteraard voor iedereen toegankelijk zijn. Dit betekent dat het mogelijk is om een hoofdelijke stemming via een stemapplicatie uit te voeren, zolang aan artikel 2.5 wordt voldaan. Aan het gebruik van een stemapplicatie zijn potentiële risico’s verbonden, bijvoorbeeld als niet elk lid zijn eigen stem herkent. Dan kan twijfel ontstaan over de openbare wilsuitdrukking en kan een nieuwe stemming nodig zijn, eventueel mondeling. Omdat de eisen waaraan een stemapplicatie op grond van de wet moet voldoen duidelijk zijn, toetst het ministerie van BZK niet vooraf welke applicaties wel of niet voldoen. Het verdient aanbeveling om hier vooraf onderling afspraken over te maken bij het gebruik van een stemapplicatie. In het Advies rondom digitaal stemmen is een aantal aanbevelingen opgenomen waar een griffier aan kan denken om een stemming middels een stemtoepassing rechtsgeldig te doen plaatsvinden.
  • Hybride vergaderingen zijn niet toegestaan voor VC’s en overigens ook niet voor reguliere vergaderingen van de raad als geheel. Op grond van de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming is het voor de raad alles of niets: ofwel digitaal ofwel – als hoofdregel – fysiek. Het hele proces van burgemeestersbenoeming valt echter buiten het bereik van die tijdelijke wet en zal dus obv de Gemeentewet fysiek, besloten en onder geheimhouding moeten plaatsvinden. Dat heeft er o.a. mee te maken dat met een videoverbinding de beslotenheid en de geheimhouding niet gegarandeerd kunnen worden. Dit geldt dus zowel de vergaderingen van de VC als de vergadering van de raad waarin de aanbeveling wordt vastgesteld. In de Memorie van Toelichting staat nog de volgende passage: "De procedure voor benoeming, herbenoeming en ontslag van de burgemeester kent een geheel eigen regime binnen de Gemeentewet, dat buiten het bereik van dit wetsvoorstel valt. De beraadslagingen van de vertrouwenscommissie zijn besloten en geheim. De vaststelling van de aanbeveling door de raad vindt plaats in een besloten vergadering, op basis van een geheime stemming door middel van stembriefjes (artikel 61c Gemeentewet). De procedure heeft een sui generis-karakter. Dit wetsvoorstel brengt geen wijziging in die bestaande procedure; anders dan bij de benoeming en het ontslag van wethouders is een (openbare) digitale beraadslaging hier dus niet mogelijk maar zal een besloten fysieke raadsvergadering moeten plaatsvinden. Enige uitzondering hierop is de profielschetsvergadering van de raad met de commissaris van de Koning, die het begin van de benoemingsprocedure markeert; deze is ingevolge de Gemeentewet wel openbaar maar valt evenzeer buiten het bereik van dit wetsvoorstel en kan dus evenmin digitaal plaatsvinden. Dat voor de benoemingsprocedure van de burgemeester slechts fysieke vergaderingen mogelijk zijn, laat zich verklaren uit het bijzondere karakter van die procedure. Het vaststellen van de profielschets door de raad na overleg met de commissaris van de Koning, de selectie van kandidaten door de commissaris, het overleg van de commissaris met de vertrouwenscommissie over de selectie, de gesprekken van de vertrouwenscommissie met de kandidaten, gevolgd door de beraadslagingen van de vertrouwenscommissie en uiteindelijk de vaststelling van de aanbeveling door de raad vragen allen om een volwaardige, open en persoonlijke discussie waarbij het van groot belang is dat men zich ook een fysiek beeld kan vormen. Bovendien rust op het grootste deel van de procedure een wettelijke plicht tot geheimhouding. Deze geheimhouding moet ook feitelijk handhaafbaar zijn. De stemming door de raad over de aanbeveling zal direct in diezelfde raadsvergadering en op dezelfde wijze als altijd (geheim, via stembriefjes) plaatsvinden. Dergelijke fysieke vergaderingen zullen thans moeten worden ingericht met inachtneming van de richtlijnen van het RIVM. Gemeenten kunnen er echter voor kiezen de procedure in overleg met de commissaris van de Koning uit te stellen. De openstelling van nieuwe vacatures is de bevoegdheid van de minister van BZK, die zich daarover door de commissaris laat adviseren."
  • Het is niet mogelijk voor een raadslid om te eisen dat de raad digitaal vergadert in plaats van fysiek. Hoewel de Tijdelijke wet de mogelijkheid biedt om ook digitaal te vergaderen en te besluiten zolang de gezondheidssituatie daar om vraagt, is het ook mogelijk fysiek te vergaderen en te besluiten, mits voldaan wordt aan de richtlijnen van het RIVM. Als een vergadering besloten is, dan is er geen keus en moet de raad fysiek bijeenkomen. In de Gemeentewet is opgenomen dat de voorzitter de locatie van de vergadering bepaalt. De Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming maakt het mogelijk dat dit een digitale locatie betreft. Formeel is het daarmee aan de voorzitter om te besluiten hoe vergaderd wordt. Het ligt echter zeer in de rede dat de burgemeester dit besluit neemt met inachtneming van het sentiment van de raad, bijvoorbeeld door dit te bespreken in het presidium. Mogelijk zijn in het Reglement van Orde (RvO) van de gemeenteraad inmiddels afspraken gemaakt over hoe hiermee om te gaan. Meestal bepaalt het RvO verder dat ‘in gevallen waar dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement, de raad beslist op voorstel van de voorzitter’. Als besloten is elkaar weer fysiek te treffen, dan is het de verantwoordelijkheid van een raadslid om de afweging te maken of hij of zij aan de fysieke vergadering deelneemt. Hierbij dienen de richtlijnen van het RIVM uiteraard in acht genomen te worden. Het is dus van belang om hierover blijvend het gesprek met elkaar aan te gaan. Inventariseer bijvoorbeeld voorafgaand aan elke vergadering of er vergaderdeelnemers zijn die niet fysiek aanwezig kunnen zijn, bijvoorbeeld vanwege (verplichte) quarantaine, of willen zijn en bespreek met elkaar hoe vorm te geven aan de rol van deze leden. Ook kan de raad bijvoorbeeld besluiten fysiek te beraadslagen en vervolgens de besluitvorming over hetzelfde onderwerp digitaal in een afzonderlijke vergadering te laten plaatsvinden. Daarbij moeten beide vergaderingen wel afzonderlijk worden aangekondigd en de daarbij geldende bepalingen worden nageleefd.