Deze tentoonstelling is onderdeel van
Het geheugen van BZK op de
Kennisbank Openbaar Bestuur

Notitie ministeriële verantwoordelijkheid bij zelfstandige bestuursorganen

Ministerie van BZK

2014

Het beginsel van de ministeriƫle verantwoordelijkheid geldt ook voor zbo's, hoewel deze dan beperkt is. De omvang kan worden afgeleid uit de bevoegdheden die aan de minister zijn toebedeeld in de betrokken wetgeving. Heeft hij ze, dan kan hij erop worden aangesproken. Daarnaast heeft hij, als onderdeel van de wetgevende macht, een verantwoordelijkheid voor de manier waarop een en ander wettelijk is geregeld. Deze verantwoordelijkheden functioneren niet alleen in de staatsrechtelijke theorie, maar ook in de politieke praktijk als aanknopingspunten voor parlementair debat. De Kaderwet en de instellingswet vormen het raamwerk waarbinnen de verantwoording plaatsvindt. De briefwisseling over de notitie spitst zich vervolgens toe op de vraag of zbo-bestuurders in het parlement kunnen spreken; het kabinet stelt zich op het standpunt dat de bewindspersoon van een uitnodiging wel op de hoogte wordt gesteld, zodat ieder zijn taak tot informeren op een juiste wijze kan uitvoeren.

Documenten

Notitie ministeriële verantwoordelijkheid bij zelfstandige bestuursorganen

Ministerie van BZK

Vervolgbrief

1 juli 2014

Vervolgbrief

22 september 2014