Deze tentoonstelling is onderdeel van
Het geheugen van BZK op de
Kennisbank Openbaar Bestuur

Nota’s Bestuur op Niveau

1990-1993

Rond het begin van de jaren negentig spitste het debat over de organisatie van het binnenlands bestuur zich toe op de problematiek van de grote steden. De grootstedelijke gebieden werden beschouwd als de motor van regionale economische ontwikkeling. De statische en gefragmenteerde bestuurlijke indeling vormde hier echter een belemmering. In de drie nota’s met de titel Bestuur op Niveau (BoN) ontwikkelde het kabinet Lubbers-III in de jaren 1990-1993 een aanpak voor de inrichting en het functioneren van zeven stedelijke gebieden: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Twente, Arnhem-Nijmegen en Eindhoven.

 

BoN I en BoN II gingen uit van een groeiproces, met ruimte voor differentiatie. Grootstedelijke gebieden konden zelf plannen ontwikkelen voor een regionale autoriteit. Dit zou moeten uitmonden in een eigenstandige vorm van regionaal-stedelijk bestuur gericht op de uitvoering van inhoudelijke taken. Bon III bevatte een meer sturende visie en werkwijze. Onderdeel hiervan was de vorming van stadsprovincies in de grootstedelijke gebieden. Naast de stadsprovincies zouden er 25 niet-stedelijke regio’s (samenwerkingsgebieden) moeten komen waarin alle functionele bestuurslichamen werden geïntegreerd. Harmonisatie van de bovengemeentelijke samenwerking was het devies. De stadsprovincies zouden er nooit komen, mede doordat de inwoners van Amsterdam en Rotterdam bij referendum tegenstemden. Ook de samenwerkingsgebieden kwamen niet van de grond. De effectieve lobby van de provincies, die het einde van hun bestuurslaag vreesden, speelde hierbij een belangrijke rol.

Staatssecretaris de Graaff-Nauta

Staatssecretaris de Graaff-Nauta van Binnenlandse Zaken (1986-1994)

Documenten

Nota Bestuur op Niveau I

Nota Bestuur op Niveau II

Nota Bestuur op Niveau III