Deze tentoonstelling is onderdeel van
Het geheugen van BZK op de
Kennisbank Openbaar Bestuur

Notitie over de direct gekozen burgemeester

2003

Minister De Vries stuurt een notitie naar de Tweede Kamer naar aanleiding van vragen van toenmalig-Kamerlid Peter Rehwinkel over de invoering van een gekozen burgemeester en eventuele gevolgen voor wet- en regelgeving. De nota omschrijft de staatsrechtelijke, bestuurlijke en electorale gevolgen van het invoeren van een direct of indirect gekozen burgemeester.
In de notitie worden drie verschillende modellen behandeld op basis van het rapport van de subcommissie Van Thijn uit 1993:

  1. Benoeming door de Kroon.
  2. Een door de raad gekozen burgemeester.
  3. Een direct door de bevolking gekozen burgemeester.

De verschillende manieren van het kiezen van een burgemeester hebben invloed op de verschuivingen binnen het gemeentelijke bestel. Ook zijn er (grond)wettelijke kaders die aanpassing behoeven De grondwetsbepaling die betrekking heeft op benoeming van de burgemeester is artikel 131: «De commissaris van de Koning en de burgemeester worden bij koninklijk besluit benoemd.». Naar aanleiding van het advies van de staatscommissie dualisme en lokale democratie ligt er al een voorstel tot wijziging van de grondwet in eerste lezing waarmee artikel 131 werd gewijzigd dat ruimte ontstaat voor andere vormen van aanstelling van een burgemeester, zoals directe of indirecte verkiezing. De voorgestelde tekst voor artikel 131 luidde “de aanstelling van de commissaris van de Koning en de burgemeester vindt plaats volgens regels bij de wet te stellen”. In maart 2005 sneuvelt dit voorstel in tweede lezing in de Eerste Kamer.

 

Klaas de Vries

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Document

Notitie over de direct gekozen burgemeester

Kamerstuk n.a.v. vragen van kamerlid Rehwinkel