Deze tentoonstelling is onderdeel van
Het geheugen van BZK op de
Kennisbank Openbaar Bestuur

Staatscommissie Cals/Donner

1971

De roerige jaren zestig en zeventig, waarin de maatschappij verandert, laat emancipatie van grote groepen in de
samenleving zien. De gedachte is dat de Grondwet mee moet bewegen met de veranderende behoeften van de burgers.
De staatscommissie adviseert dat de wetgever minder strak aan banden moet worden gelegd door de Grondwet.
Dit zou de flexibiliteit in de taakuitvoering door decentrale overheden ten goede komen. De commissie besteedt
aandacht aan de immer spelende discussie over het al dan niet instellen van een vierde bestuurslaag (stadsgewesten).
De commissie is hier geen voorstander van, omdat “het bestuursapparaat er dan voor de burger nog minder doorzichtig en stroever van zou worden dan reeds vaak het geval is. Dit zou zich nog in versterkte mate voordoen indien deze vierde laag rechtstreeks gekozen colleges zou kennen welke er op uit zouden zijn zich waar te maken én tegenover hun kiezers én tegenover bestaande provinciale en lokale bestuurscolleges”. Een andere staatskundige vernieuwing waarover de commissie adviseert, is de deconstitutionalisering van de benoeming van de Commissaris van de Koning en de burgemeester. Hierover is veel verdeeldheid binnen de commissie. Uiteindelijk neemt de regering weinig van de adviezen over.

Koningin Juliana en de staatscommissie

André Donner overhandigt het rapport aan de koningin. Links naast hem Jo Cals.

Document

Rapport commissie Cals/Donner