Deze tentoonstelling is onderdeel van
Het geheugen van BZK op de
Kennisbank Openbaar Bestuur

Nota De elektronische overheid

2004

In de nota De elektronische overheid van 2004 werd het beleid voor de elektronische overheid nader geconcretiseerd. Voor de realisatie van de elektronische overheid was volgens de bewindslieden een goed geregisseerd gebruik van ICT noodzakelijk; technisch zagen zij daarvoor geen belemmeringen.

 

Die regie/sturing kende twee kanten: 

• het aanbod van ICT-basisvoorzieningen als basisregistraties, identificerende nummers, authenticatievoorzieningen, standaarden voor gegevenstransport en dergelijke;

• het ontwikkelen van het gebruik van de basisvoorzieningen voor nieuwe/betere manieren van dienstverlening, handhaving en maatschappelijke participatie.

 

De inspanningen om de ICT-voorzieningen ten behoeve van de elektronische overheid te realiseren, werden verricht in zeven domeinen, die bij elkaar het model vormden van de openbare elektronische ‘informatie-infrastructuur’:

 

A) elektronische toegang tot de overheid. Dit werd gezien als een taak van elke overheidsorganisatie afzonderlijk;

B) elektronische authenticatie en wel op drie niveaus van veiligheid. Hier ontstond het latere DigiD;

C) eenduidige nummers voor personen en voor bedrijven: het BSN (burgers) en het BN (bedrijven);

D) basisregisters: een basisregistratie diende aan onder andere de volgende vereisten te voldoen:

  • zij fungeert overheidsbreed als unieke bron van bepaalde gegevens;
  • de gegevens zijn eenduidig gedefinieerd;
  • de registratie heeft één beheerder (lokaal of landelijk);
  • de privacyaspecten van de registratie zijn adequaat geregeld;
  • bepaalde (overheids-)gebruikers van de gegevens uit de basisregistratie hebben een terugmeldplicht;

E) elektronische identificeringsmiddelen (chipcards): de eNIK;

F) elektronische informatie-uitwisseling: daarbij ging het vooral om de rol van open standaarden;

G) snelle verbindingen tussen overheidsorganisaties: de latere ‘Haagse ring’.

 

Het gebruik was in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de individuele overheidsorganisaties. Met het aanbieden van ‘best practices’ en innoverende oplossingen werd convergentie in de activiteiten beoogd.

Document(en)

De elektronische overheid