Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud
Voormalig topambtenaar

Dineke Mulock Houwer

"In zo’n proces is er niemand meer die iets positiefs zegt ... en verdomd ... daar heb ik nog steeds last van."

Geïnterviewd door Paul 't Hart en Roel Bekker / 01 december 2019

Amersfoort, 20 maart 1942

Functies

Directeur-generaal bij resp. het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Justitie

Periode

Van 1991 tot 2006

In het interview gaat Mulock Houwer in op de pioniersfase rond de vormgeving van het emancipatiebeleid. Zij vertelt over de totstandkoming van de grote beleidsnota in 1986, het belang van het hebben van een goed verhaal gebaseerd op kennis en het nut om als topmanager ook plekken aan te doen buiten de Haagse beleidskern. Uiteraard komt ook de politieke en ambtelijke nasleep van de Schipholbrand aan de orde.

Achtergrond Dineke Mulock Houwer

Dineke Mulock Houwer studeerde Sociologie in Utrecht. Ze was onder meer de eerste directeur voor Emancipatiezaken (DCE) op het vroegere ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. Deze directie werd later ook onder haar leiding ondergebracht bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In de periode 1986-1988 werkte zij onder verantwoordelijkheid van commissievoorzitter Klaas de Vries mee aan de Parlementaire enquête Bouwsubsidies. Daarna keerde Mulock Houwer terug bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als hoofddirecteur Sociale verzekeringen en later als directeur-generaal Arbeid. In 2000 stapte zij over naar het ministerie van Justitie waar zij tot 2007 dienstdeed als DG Preventie, Jeugd & Sancties. In de periode 2007-2010 gaf zij leiding aan diverse interdepartementale projecten in het kader van de Vernieuwing Rijksdienst.