Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud
Voormalig minister

Laurens Jan Brinkhorst

“Mijn ervaring is dat ministers vaak pas een visie op de sector hebben aan het eind van hun periode.”

Geïnterviewd door Caspar van den Berg en Roel Bekker / 01 september 2019

Zwolle, 18 maart 1937

Functies

Staatssecretaris Buitenlandse Zaken in kabinet-Den Uyl + Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in het kabinet-Kok II + Minister van Economische Zaken in kabinet Balkenende II

Periode

Van mei 1973 tot juli 2006

In het interview gaat Brinkhorst in op het beperkte belang dat midden jaren zeventig gehecht werd aan het ‘dossier’ Europa en zijn rol als Staatssecretaris Europese zaken in die tijd. Verder vertelt hij over het belang van (levens)ervaring bij het uitoefenen van het ambt van minister, zijn relatie met de staatssecretarissen (‘ministers in opleiding’) op EZ en zijn door crises gekenmerkte ministerschap van Landbouw. Brinkhorst benadrukt het belang van het hebben van een visie aan het begin van het ministerschap. Tegelijkertijd waarschuwt hij voor het risico dat vakministers zich als een super DG gaan gedragen.

Handelsrelaties met ontwikkelingslanden

Bracht in 1975 als staatssecretaris van Europese zaken samen met minister Pronk een wet tot stand tot goedkeuring van de op 28 februari 1975 tot stand gekomen ACS-EEG-overeenkomst van Lomé. Hiermee ratificeerde Nederland een overeenkomst over de handelsrelaties tussen de EG en 46 staten in Afrika, het Caraïbisch Gebied en de Stille Oceaan (ACS-landen).

Rechtstreekse Europese verkiezingen

Bracht in 1977 samen met minister Van der Stoel de wet goedkeuring van de op 20 september 1976 te Brussel tot stand gekomen Akte betreffende de rechtstreekse verkiezing van het Europees Parlement tot stand. Vanaf 1979 worden de leden van het Europees Parlement niet meer door de nationale parlementen aangewezen, maar iedere vijf jaar rechtstreeks gekozen.

Opkopen mestrechten

Riep in 1999 een regeling in het leven voor het tegen een vergoeding opkopen van mestrechten in de varkenshouderij, waardoor deze sector 'warm' gesaneerd kon worden.

Voedselkwaliteit en voedselveiligheid

Bracht in 2000 samen met staatssecretaris Faber de Visienota "Voedsel en Groen" uit. Hierin staan de uitdagingen en ambities voor het voedselkwaliteitbeleid in de komende tien jaar.

Bracht in 2000 de Nota "Een biologische markt te winnen" over biologische landbouw uit.

Bracht in 2001 met minister Borst de beleidsnota Voedselveiligheid 2001-2004 "Veilig voedsel in een veranderende omgeving" uit.

Bestrijding MKZ

Was in februari-juni 2001 verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van de bestrijding van een mond- en klauwzeeruitbraak in Nederland. Dit beleid richtte zich, overeenkomstig het Europese beleid, op het nemen van preventieve maatregelen in gebieden waarin MKZ-besmetting was voorgekomen.

Een minister is voor mij iemand met een visie op de sector. Mijn ervaring is dat ministers die vaak pas hebben aan het eind van hun periode.

Ammoniakuitstoot

Bracht in 2002 de Wet ammoniak en veehouderij tot stand, waardoor kwetsbare gebieden via een vergunningenstelsel beter moeten kunnen worden beschermd tegen ammoniakuitstoot.

Intensieve varkenshouderij

Bracht in 2002 samen met minister Pronk de Reconstructiewet concentratiegebieden tot stand. Deze wet moet ertoe leiden dat de intensieve varkenshouderij in delen van Gelderland, Overijssel en Noord-Brabant beter wordt verspreid en deels wordt beëindigd, waardoor er minder aantasting van natuur en milieu plaatsvindt.

Stankhinder

Bracht in 2002 samen met minister Pronk de Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelingsgebieden tot stand. Hierdoor werd stankhinder van veehouderijen in bepaalde gebieden aan vergunningen gebonden.

Dierenwelzijn

Bracht in 2002 de Nota Dierenwelzijn uit. Nadruk komt te liggen op verantwoord produceren en consumeren. Dierenwelzijnsonvriendelijke methoden worden verboden.

Mijn grote verwijt aan de TK is dat ze eigenlijk heel weinig kennis van zaken hebben.

Verminderen administratieve lasten

Bracht in 2004 een plan van aanpak uit over het verminderen van administratieve lasten voor het bedrijfsleven

Visienota structurele duurzame economische groei

Bracht in 2004 samen met minister De Geus de notitie "Structurele duurzame economische groei" uit. Daarin staan beleidscontouren voor economische hervormingen die ervoor moeten zorgen dat de Nederlandse economie ondanks vergrijzing en internationalisering op peil blijft.

Herziening Telecommunicatiewet

Bracht in 2004 als minister van Economische Zaken een wet tot stand waardoor zes EU-richtlijnen over elektronische communicatienetwerken en -diensten worden geïmplementeerd. Door deze herziening gaat de Telecommunicatiewet niet meer alleen over telefonie, maar ook over alle transportdiensten op het gebied van (tele)communicatie.

Splitsing Energiebedrijven

Verdedigde in 2006 in de Tweede Kamer met succes een wetsvoorstel inzake splitsing van energiebedrijven.

Achtergrond Laurens Jan Brinkhorst

D66-politicus, Europeaan in hart en nieren. Studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en behaalde in 1961 zijn M.A in Law and Government aan de Columbia University in New York. Was al op jonge leeftijd hoogleraar in Groningen en stond bekend als scherp denker en debater. Werd staatssecretaris van Europese Zaken in het kabinet-Den Uyl en daarna Tweede Kamerlid. Volgde in 1981 Jan Terlouw op als fractievoorzitter, maar vertrok na de verkiezingsnederlaag in 1982 uit de Haagse politiek. Via Europese ambtelijke en diplomatieke functies en het Europees Parlement keerde hij in 1999 verrassend terug als minister van Landbouw in het kabinet-Kok II. Saneerde de varkenshouderij en pakte krachtdadig de MKZ-crisis aan, al verweten boeren hem daarbij harteloos te zijn. Als minister van Economische Zaken in het kabinet-Balkenende II was zijn beleid gericht op versterking van de concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven door vermindering van belasting- en regeldruk en door oplossing van knelpunten op het gebied van infrastructuur en onderwijs.

Nadien was hij actief als hoogleraar internationaal en Europees recht en bestuur aan de Universiteit Leiden.

(Bron: Parlement.com)