Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud

Politiek-ambtelijke verhoudingen

Een centraal thema in de DTKO-gesprekken is de relatie tussen bewindspersonen en topambtenaren. Deze relatie is een kernonderdeel van het vak van een topambtenaar. Voor bewindspersonen is de relatie met hun topambtenaren een essentieel scharnier om beleidsdoelen gerealiseerd te krijgen. In de interviews komen verschillende stijlen, verwachtingen en vuistregels naar voren. Bestaande beelden van de ‘vierde macht’ spelen een rol, maar politiek-ambtelijke verhoudingen gaan niet alleen over macht. Het gaat ook over ambtelijk vakmanschap, rechtstatelijke verhoudingen en de rolopvatting van personen in een specifieke situatie. De interviews uit deze serie laten zien dat de verhouding tussen bewindspersoon en topambtenaar flink kan variëren.

Een centraal begrip in de politiek-ambtelijke verhoudingen is ‘vertrouwen’. Men moet elkaar kunnen vertrouwen – als basis van deze samenwerking die onder veel politieke, tijds- en mediadruk kan komen te staan. Een tweede thema is de aard van de relatie. Hoewel men het belang van de persoonlijke relatie benadrukt – een thema dat ook in de literatuur over politiek-ambtelijke verhoudingen regelmatig terugkeert – is het ook een institutionele relatie. De bewindspersoon vertegenwoordigt het politieke primaat, de democratische legitimering en draagt de verantwoordelijkheid. De topambtenaar vertegenwoordigt het departement, de uitvoering van beleid en houdt de langere termijn en alle consequenties in haar achterhoofd. Zo speelt ieder zijn/haar rol. Uiteraard verschilt dit beeld van topambtenaren van het ministerie (SG/DG) en leidinggevenden van uitvoeringsorganisaties en toezichthouders.

Een relatief recente factor van belang is de rol van politieke adviseurs. Wanneer bewindspersonen veel belang hechten aan het advies van deze adviseurs, kan dat ten koste gaan van het ambtelijke advies. Dit kan leiden tot een nieuwe verhouding tussen de politieke en de ambtelijke organisatie. Deze nieuwe relatie lijkt minder op een binaire relatie tussen twee partners, maar meer op een driehoeksverhouding tussen minister, adviseur en topambtenaar.

Verbazing bij het eerste contact met topambtenaar Jan Meijer.

Een zich overbodig voelende topambtenaar.

Het coalitieakkoord als ankerpunt voor de departementale machine.

De uitstraling van de Minister en de onderhandelingspositie.

Een betekenisvolle vraag bij aanvang: Heeft de minister voldoende vertrouwen in zijn topambtenaar?

Een impliciete maar krachtige boodschap voor de ambtenaren.

Over Chris Kalden: ‘’Hij dacht mee en leed ook een beetje mee.’’

Een één-op-één relatie hebben.