Deze tentoonstelling is onderdeel van
Het geheugen van BZK op de
Kennisbank Openbaar Bestuur

Ambtenarenwet 1929

Vooral veel procesrecht

1929

In 1929 komt er – eindelijk – een algemene regeling, de Ambtenarenwet 1929. De wet geeft een definitie: "ambtenaar is degene die is aangesteld in openbare dienst." Anders dan in de voorafgaande periode wordt de arbeidsovereenkomst expliciet uitgesloten: “Niet is ambtenaar … hij, met wien eene arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten.” De wet bevat daarnaast vooral veel formeel recht. In Titel II een uitgebreide beschrijving van de rechtsmacht en de organisatie van de gerechten en het procederen in ambtenarenzaken. Voor deze opzet is gekozen omdat er veelvuldig gehamerd was op het risico op willekeur in de behandeling van ambtenaren door de politiek bestuurders. Pas in artikel 125 in Titel IV volgt de opdracht tot regelgeving aan de verschillende overheidswerkgevers, op het terrein van aanstelling, schorsing en ontslag, bezoldiging en wachtgeld, diensttijden en verlof en disciplinaire straffen. Er wordt, vooral ook uit financiële overwegingen, gekozen voor een gedecentraliseerd model, dat tot 2020 gehandhaafd blijft in de Ambtenarenwet.

Het materiele recht wordt zodoende vrijwel geheel aan de wetgevende macht onttrokken. Met name daardoor is er zeker sprake van teleurstelling over de wet.

Er blijft ook nog ruimte voor het gebruik van de arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht door de overheidswerkgever: het Arbeidsovereenkomstenbesluit 1931. Pas in 1995 zal dit Besluit worden ingetrokken.

er is heel veel geschreven

Documenten

Ambtenarenwet 1929

Eindelijk een algemene regeling

Uitgave van Algemeen Comité ter behartiging van de algemeene belangen van ambtenaren

Wel een regeling, veel kritiek