Deze tentoonstelling is onderdeel van
Het geheugen van BZK op de
Kennisbank Openbaar Bestuur

Onderzoek ARK: Integriteitsbeleid bij het Rijk

Grote verschillen in aanpak tussen ministeries

1996

Sinds het begin van de jaren 90 is de aandacht voor de integriteit van de openbare sector sterk toegenomen. Een aantal taken en werkzaamheden van de overheid wordt aangemerkt als potentieel integriteitsgevoelig. Corruptie en fraude vormen de sleutelwoorden als het gaat om inbreuken op de integriteit. In 1996 toetst de Algemene Rekenkamer de stand van zaken: welk beleid is ontwikkeld ter voorkoming van aantasting van integriteit? De ARK onderzocht met name het beleid t.a.v. nevenfuncties, aanmelden van geschenken, de handelwijze bij aanwijzingen voor fraude en corruptie, de aanwezigheid van vertrouwenspersonen en functieroulatiebeleid.

De ministeries opereren onafhankelijk van elkaar en er zijn grote verschillen in uitwerking en handhaving. 5 van de 10 ministeries hebben een richtlijn voor het melden van nevenwerkzaamheden; registratie komt echter nauwelijks voor. Normstelling voor het aannemen van geschenken divergeert, nergens wordt de nullijn gehanteerd. Functieroulatie wordt alleen bij de Belastingdienst gezien in het licht van mogelijke belangenverstrengeling. De helft van de ministeries geeft aan geen behoefte hebben aan een vertrouwenspersoon integriteit.

Naar aanleiding van het rapport dringt de Tweede Kamer aan op ontwikkeling van preventief beleid door alle ministeries. De minister handhaaft het uitgangspunt dat de ministeries zelf verantwoordelijk zijn en wijst vooral op de cultuuraspecten van integriteitsbeleid.

Kan het het daglicht verdragen?

Documenten

Onderzoek Algemene Rekenkamer naar uitvoering integriteitsbeleid

Grote verschillen in uitvoering en handhaving tussen ministeries

Reactie BZK op rapport Algemene Rekenkamer

Ministeries zijn zelf verantwoordelijk en het gaat vooral om cultuur