Privacy en Cookies

Voor een optimale werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag met behulp van Matomo Software. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie (uw IP-adres wordt geanonimiseerd) en de logfiles worden maximaal een half jaar bewaard.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Respons

Column | december 2021, Marjan Slob

Marjan Slob is zelfstandig schrijver, filosoof en columnist. Naast vrij werk verheldert zij in opdracht van denktanks actuele maatschappelijke vraagstukken, die zij veelal in verband brengt met waarden.

Als de Staat van het Bestuur 2020 één ding duidelijk maakt, dan is het wel dat je in Nederland maar beter geen laagopgeleide kunt zijn. Je bent dan somberder, ongezonder, armer, ongelukkiger en wantrouwiger dan je hoogopgeleide medeburgers. Ook maak je minder gebruik van je stemrecht en ben je minder vertegenwoordigd in het openbaar bestuur. Het democratische avontuur gaat grotendeels aan jou voorbij.

Decentraal besturen zal hier verandering in brengen, zo is de hoop. Decentraal bestuur versterkt namelijk de ‘responsiviteit en de legitimiteit van het bestuur’, aldus deze Staat. Als filosoof heb ik het moeilijk met deze voorstelling van zaken. Niet omdat ik een betere aanpak weet (was het maar waar!), maar omdat ik van het bedachtzame lezen ben, en dan al snel niet meer snap wat er nu eigenlijk staat.

Neem nu dat woordje ‘responsiviteit’. De democratie zou beter functioneren als bestuurders responsiever zouden reageren op laagopgeleide mensen, zo is kennelijk de aanname. Ik denk dan: “Waar moet het openbaar bestuur dan eigenlijk op reageren? En welke vorm kan die respons aannemen? Hoe reageert het openbaar bestuur bijvoorbeeld op een gefrustreerde, onmachtige klacht?”

Onze aan de Verlichting ontsproten democratie gaat stilzwijgend uit van een mensbeeld waarin burgers precies zeggen wat ze bedoelen. Wie dit uitgangspunt aanhangt, stuit op ongerijmdheden - ook in deze Staat van het Bestuur. ‘Ik ben niet bijster geïnteresseerd in lokale politiek, maar ik wil wel meer inspraak!’, blijken burgers te zeggen. Wat moet je nu aan met het gegeven dat burgers graag méér te zeggen hebben over dat wat hen nauwelijks interesseert? Van alle functionarissen in het openbaar bestuur hebben burgers naar eigen zeggen nog het meeste vertrouwen in de burgemeester. Huh? De voordracht van burgemeesters wordt in achterkamertjes beklonken en toch boezemt de burgemeester meer vertrouwen in dan een gekozen (deel)gemeenteraadslid? Dat past niet lekker bij de democratische theorie. Ik zou niet weten hoe een goedwillende vertegenwoordiger van de democratie zich hier ‘responsief’ kan betonen.

Een goede respons valt of staat met begrijpen wat er precies wordt bedoeld. En dat is lastig, want in tegenstelling tot de aanname die verweven zit in het ontwerp van het democratische stelsel, spreken mensen zichzelf geregeld tegen, zo leert de moderne psychologie. En waar het wensen omtrent de inrichting van het publieke domein betreft, doen lager opgeleiden dat vermoedelijk nog vaker dan hoger opgeleiden. Niet omdat ze dom zijn, maar omdat ze (in tegenstelling tot bestuurders) niet belast zijn met de vraag hoe je verschillende kwesties en keuzes ten opzichte van elkaar afweegt – dat is niet het soort afweging waarin lager opgeleide mensen zijn getraind.

Het soort vragen waar bestuurders voor staan, verschilt van de vragen waar lager opgeleiden mee worstelen. Het is in mijn ogen gemakzuchtig, ja bijna hovaardig, om te denken dat laagopgeleide burgers ermee geholpen zijn als hun respons op problemen wordt aangezien voor beleidssuggesties. Juist hun respons vergt duiding. Dat is, vanuit het democratische ideaal gezien, een behoorlijk problematisch gegeven – zeker. Maar ren niet aan dit probleem voorbij. Dat maakt de kloof alleen maar groter.

Deze reflectie is afkomstig uit Gebundeld Perspectief – decentraal bestuur nader geduid. In deze bundel essays en reflecties laten experts uit praktijk en wetenschap hun licht schijnen op de uitdagingen voor het hedendaags decentraal bestuur. De bundel verscheen in februari 2021 gelijktijdig met de Staat van het Bestuur 2020.