Privacy en Cookies

Voor een optimale werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag met behulp van Matomo Software. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie (uw IP-adres wordt geanonimiseerd) en de logfiles worden maximaal een half jaar bewaard.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Kansengelijkheid vanuit grensoverschrijdend perspectief

Column | mei 2021, Anouk Bollen-Vandenboorn

Anouk Bollen-Vandenboorn is hoogleraar Grensoverschrijdend fiscaal Pensioenrecht en directeur ITEM – Institute for Transnational and Euregional cross border cooperation and Mobility.

De inwoner van de grensregio staat centraal in deze reflectie en de onderliggende uitdaging hoe de afstand tussen de inwoner van de grensregio en het openbaar bestuur in Nederland verkleind kan worden. Een uitdaging die door de coronacrisis uitvergroot in beeld is gekomen, waarbij kwetsbaarheden op het gebied van grensoverschrijdende governance, werken, ondernemen, vervoer, gezondheid en welzijn duidelijk werden. Grensoverschrijdend multilevel-governance en de typering ‘inwoner van grensregio’ als eigenstandige categorie in het openbaar bestuur, lijken de sleutels voor succes om bovengenoemde uitdaging aan te gaan.

De Staat van het Bestuur 2020 zet de inwoners van Nederland centraal. Daarbij wordt de vraag opgeworpen wie de inwoners van Nederland zijn. Wat hebben ze met elkaar gemeen en waarin verschillen ze van elkaar? Een volgende vraag die opkomt, is hoe de inwoner uit de grensregio zich herkent in de Staat van het Bestuur. Veelvuldig wordt verwezen naar verschillen tussen bevolkingsgroepen, opleidingsniveaus, al dan niet aanwezige migratie-achtergronden, alsook regionale verschillen. Echter regionale verschillen worden gezien in relatie tot Nederlandse verhoudingen met een harde lijn langs de Nederlandse landsgrens. De inwoner uit de grensregio in relatie tot zijn omgeving waar euregionaal wonen, leven en werken vanzelfsprekend zijn, is niet expliciet zichtbaar. Er wordt zelfs gesproken over de ‘randen van het land’, waarbij vier grensprovincies Groningen, Drenthe, Overijssel en Zeeland genoemd worden.

Het decentraal bestuur in de grensregio’s heeft juist te maken met de euregionale inwoner en moet uitvoering geven aan maatschappelijke opgaven die voor Nederland gelden in de realiteit van het grensgebied.

Hoe is het leven voor de inwoners van een grensregio? Welke zaken tasten het gevoel van veiligheid en welzijn aan? Maatwerk en gebiedsgerichte aanpak zullen de diversiteit van verschillende regio’s inkleuren en inwoners voelen zich eerder gehoord. Als overheden er niet in slagen om in verbinding met de maatschappelijke vraagstukken te kunnen optreden (die ook grensoverschrijdend zijn), zullen inwoners zich niet gehoord voelen, komen er geen praktische oplossingen vanuit de politiek en wordt de afstand tussen de burger en de overheid groter. De polarisatie neemt toe en de publieke opinie zal zich afzetten tegen het gezag. Ook de inwoners uit een grensgebied met zijn specifieke uitdagingen hebben dus een eigen positie voor kansengelijkheid nodig.

De coronacrisis laat zien dat op nationaal en Europees niveau veel meer en beter gebruik moet worden gemaakt van het probleemoplossend vermogen van regionale grensoverschrijdende initiatieven voor grensoverschrijdende samenwerking. Multilevelgovernance waarbij de overheid met één mond spreekt is een noodzakelijke voorwaarde. Verscherpte aandacht voor onder andere cultuur en gemeenschappelijke taal in grensgebieden ondersteunt en borgt de grensoverschrijdende identiteit en dit helpt in de aanpak van grensoverschrijdende vraagstukken. Zo maakt euregionale inzet het mogelijk dat tijdens de coronacrisis snel een Task Force is gecreëerd waarin Nordrhein-Westfalen, Nederland en België gezamenlijk de strijd tegen corona aangaan. De coronacrisis laat echter ook zien dat door handelen vanuit alleen nationaal perspectief inwoners in grensgebieden in het dagdagelijks leven, wonen, werken en ondernemen beperkt en belemmerd worden, waardoor de bestaande euregionale cohesie stevig op de proef wordt gesteld.

Maatschappelijke opgaven, kwetsbaarheden en toekomstperspectief dienen structureel in beleid voor grensregio’s aan de orde te komen. Niet alleen vanuit Nederlands perspectief, maar juist in samenwerking met de buurlanden en dus ook vanuit Belgisch en Duits perspectief. Euregionale cohesie is gediend met afgestemd gezamenlijk beleid, waarbij van diverse overheidslagen de juiste partijen aan tafel zitten die vervolgens de juiste programma’s en instrumenten inzetten vanuit een gezamenlijke langetermijnstrategie. Het bestaande GROS-programma verdient hierin een impuls, door er een blijvend beleidsterrein van te maken, consistent over bestuurswisselingen heen. Zet in op slimme samenwerkingsverbanden, het verstevigen en positioneren van bestaande (GROS- )netwerkstructuren en geef een versterkt profiel aan euregionale maatschappelijke fora. Daarmee positioneer je de ‘inwoner van de grensregio’ als een eigenstandige categorie in het openbaar bestuur, en schrijven we vandaag geschiedenis voor de euregionale cohesie van de toekomst!

Deze reflectie is afkomstig uit Gebundeld Perspectief – decentraal bestuur nader geduid. In deze bundel essays en reflecties laten experts uit praktijk en wetenschap hun licht schijnen op de uitdagingen voor het hedendaags decentraal bestuur. De bundel verscheen in februari 2021 gelijktijdig met de Staat van het Bestuur 2020.