Privacy en Cookies

Voor een optimale werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag met behulp van Matomo Software. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie (uw IP-adres wordt geanonimiseerd) en de logfiles worden maximaal een half jaar bewaard.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Het gebeurt in de gemeente. Tijd om het zwaartepunt in de decentralisaties te verplaatsen

Column | september 2021, Ellen van Selm

Ellen van Selm is burgemeester van gemeente Opsterland en voorzitter van de P10, het netwerk van 29 grote plattelandsgemeenten. Zij is tevens lid van het bestuur van de VNG en lid van het bestuur van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters.

In de aanpak van de vraagstukken waar Nederland voor staat, is de betekenis van gemeenten enorm toegenomen. Het werk van de lokale overheid in de regio doet ertoe, helemaal nu veel vraagstukken ook nog eens opgelost moeten worden op het platteland. Denkt u aan de energietransitie, de klimaatadaptatie, de post-COVID- woonwensen; daar is ruimte voor nodig en die is te vinden op het platteland. De gemeenten staan dicht bij inwoners en bedrijven, kennen de problemen, kunnen maatwerk leveren en nemen democratische besluiten over het aanpakken van die problemen.

Juist om die reden is de beweging ingezet om overheidstaken vanuit Den Haag te decentraliseren naar gemeenten. Dat decentraliseren vindt over de volle breedte plaats: in het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet), bij de energietransitie (Regionale Energie Strategie) en in het ruimtelijk domein (de Omgevingswet). Dat is een gewenste ontwikkeling: gemeenten willen het, de Rijksoverheid wil het en misschien wel het belangrijkst: de samenleving wil het. Gemeenten werken hard om de zaak op orde te krijgen zodat de bij gemeenten belegde taken goed uitgevoerd kunnen worden. Toch zitten we nu in een cruciale fase van deze decentralisatie.

Langzaamaan krijgen we zicht op wat decentraliseren in de praktijk betekent en kennen we de voorwaarden die nodig zijn om het tot een succes te maken. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) concludeerde onlangs dat de resultaten in de praktijk achterblijven bij de verwachtingen van de decentralisatie in het sociaal domein. Gemeenten behalen nog geen betere resultaten dan het rijk.

De grootste uitdaging voor het openbaar bestuur in Nederland is nu door te zetten en het proces van decentralisatie af te maken. De beweging moeten we afmaken met maatregelen die gemeenten versterken.

En met die conclusie komen we op een belangrijk punt in de decentralisatiebeweging, namelijk het verplaatsen van het zwaartepunt van Rijksoverheid naar lokale en regionale overheden. Dat “zwaartepunt” bestaat uit zeggenschap, financiën, kennis en capaciteit. Het betekent dat de nationale overheid afslankt, ten gunste van het versterken van gemeenten. Er ontstaan krachtige regio’s waarin stad en platteland met elkaar en met medeoverheden samenwerken, op een streekspecifieke manier.

Denk aan het succes van de Regio Deals, waarin regio’s erin slagen om samen met het Rijk actuele problematiek te benoemen en in onderlinge samenwerking aan te pakken. Er is tijd nodig om de regio’s verder te laten rijpen. De opgave voor het Rijk is het flexibel omgaan met verschillen in de regio’s. Dat is mooi, zo brengen we de zo gewenste decentralisatie verder, in het belang van onze inwoners. Het gebeurt immers in de gemeente, mogelijk gemaakt door de samenwerking met provincie en Rijk!

Deze reflectie is afkomstig uit Gebundeld Perspectief – decentraal bestuur nader geduid. In deze bundel essays en reflecties laten experts uit praktijk en wetenschap hun licht schijnen op de uitdagingen voor het hedendaags decentraal bestuur. De bundel verscheen in februari 2021 gelijktijdig met de Staat van het Bestuur 2020.