Privacy en Cookies

Voor een optimale werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag met behulp van Matomo Software. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie (uw IP-adres wordt geanonimiseerd) en de logfiles worden maximaal een half jaar bewaard.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Den Haag en de openbare lichamen: Differentiatie en de menselijke maat

Column | juli 2021, Charlotte Duijf

Charlotte Duijf is jurist en docent, gespecialiseerd in Koninkrijksrecht en internationaal recht. Zij is (co-)auteur van diverse publicaties over koninkrijksrelaties, met name over de rol van het internationaal recht hierin. Zij schreef deze publicatie op persoonlijke titel.

2020 was in meerdere opzichten een interessant jaar voor de relatie tussen het Europese en Caribische deel van Nederland. De coronacrisis raakte de eilanden hard en de steunmaatregelen die de Nederlandse regering nam waren dan ook in de Cariben hard nodig. Daarnaast bood het tienjarig jubileum van de staatkundige hervormingen een mooie aanleiding voor reflectie: hoe staan de Caribische openbare lichamen (in de volksmond bijzondere gemeenten genoemd) ervoor? Wat zijn de grote bestuurlijke uitdagingen en hoe kunnen die het hoofd geboden worden? In mijn optiek kunnen die uitdagingen in twee hoofdcategorieën worden ingedeeld: het bestuur op de eilanden zelf en de relatie met Nederland. Met name over dat laatste gaat deze korte reflectie.

Vóór 2010 was “De Nederlandse Antillen bestaan alleen in Nederland”, een gevleugelde uitdrukking in het Caribische deel van het Koninkrijk. Daarmee werd tot uitdrukking gebracht dat in Nederland het land weliswaar als eenheid werd gezien, maar dat de eilanden onderling zeer van elkaar verschilden. Datzelfde geldt ook voor de openbare lichamen. In bestuurlijk Den Haag zijn we wellicht geneigd om ook de “BES-eilanden” te zien als eenheid. Ja, de drie eilanden zijn met een inwoneraantal tussen de tweeduizend (Saba) en twintigduizend (Bonaire) naar Nederlandse maatstaven kleine bestuurlijke entiteiten, met een zeer beperkte uitvoeringscapaciteit. Ondersteuning vanuit Europees Nederland is dan ook in alle gevallen noodzakelijk. Daar houdt de vergelijking echter op en beginnen de verschillen. Zo is de bevolkingsgroei door migratie op Bonaire aanzienlijk, terwijl het inwoneraantal op de andere twee eilanden vrijwel gelijk blijft. En Saba en Sint-Eustatius liggen, in tegenstelling tot Bonaire, in de frontlinie als het gaat om orkaangevaar. Het zijn drie verschillende eilanden, ieder met een eigen bestuurscultuur, een eigen geschiedenis en een eigen bevolking aan wie het internationale zelfbeschikkingsrecht toekomt.

In de relatie tussen ‘Den Haag’ en de drie eilanden zou differentiatie tussen de eilanden dan ook een sleutelbegrip moeten zijn, zowel op het coördinerende ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als op de andere (beleids-)ministeries. Niet één bestuursmodel voor alle eilanden, maar maatwerk, waarbij indien mogelijk en gewenst door de bevolking de eilandbesturen een mate van autonomie kan toekomen.

In alle gevallen moet in de beleidsvorming op en ten aanzien van de eilanden het welzijn van de bevolking voorop staan. Op dat terrein zijn er meerdere positieve ontwikkelingen waar te nemen. Verbeteringen in zorg en onderwijs zijn doorgevoerd en met het vaststellen van een sociaal minimum in 2019 is een belangrijke stap gezet. Toch valt er nog een hoop te verbeteren, zo constateren ook instanties als de Nationale Ombudsman en het College voor de Rechten van de Mens. Armoede is nog steeds een groot probleem en ook het recht op gelijke behandeling is op de eilanden nog niet goed op orde. Dat zijn zaken die in het Nederlandse staatsbestel niet geaccepteerd kunnen worden. De weg omhoog is ingezet, nu is het een kwestie van doorpakken, steeds weer met respect voor de eigenheid van de eilanden.

Deze reflectie is afkomstig uit Gebundeld Perspectief – decentraal bestuur nader geduid. In deze bundel essays en reflecties laten experts uit praktijk en wetenschap hun licht schijnen op de uitdagingen voor het hedendaags decentraal bestuur. De bundel verscheen in februari 2021 gelijktijdig met de Staat van het Bestuur 2020.