Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Democratie is Actie en Reactie

Column | december 2018, René Cuperus, adviseur BZK/VNG-programma ‘Democratie in Actie’

Op dinsdagmiddag 18 december sprak René Cuperus een column uit bij de ‘BZK draait door’-bijeenkomst bij het ministerie van BZK. In de bijeenkomst werd uitgebreid gesproken over de betekenis van regionale verschillen binnen Nederland voor het werk van de Rijksoverheid. In zijn column ging Cuperus in op het belang van taal en het vermijden van beleidsjargon. Lees hier zijn column ‘Democratie is Actie en Reactie’.

Ik ben sinds enige tijd weer terug in de wereld van het lokaal bestuur. Ik vind dat fascinerend, omdat er zoveel broeit en bruist in de lokale democratie: ontelbare burgerinitiatieven; nieuwe samenwerkingsverbanden tussen bedrijven, burgers en bestuur; democratische experimenten.

Er is veel mis bij gemeenten, en de gemeenteraadsverkiezingen zijn niet bepaald het meest sexy van alle verkiezingen, maar gemeenten maken van de nood wel een deugd: ze zijn steeds meer de proeftuin voor het heruitvinden van onze democratie.

Waar ik soms wel wat ongelukkig van word, is het enorme beleidsjargon waar het wereldje van bestuurlijke en democratische vernieuwing stijf van staat. Termen die je nooit zult aantreffen in NRC, Volkskrant of FD, laat staan in de Telegraaf.

Dan gaat het om termen die journalisten als vanzelf wegfilteren: opgave-gericht werken; inclusieve democratie; interactief kennisplatform; integrale, meervoudige opgave. Vage scheten. Wie verzint die? Consultants van obscure adviesbureautjes? Wat me daarbij opvalt, is dat gemeentelijke beleidsambtenaren bijna nog lelijker taal op papier zetten dan hier op het departement gebeurt.

Beleidsbargoens die op het lijf geschreven lijkt voor de zogenaamde participatie-elite: de oude, hoogopgeleide man met teveel tijd en te weinig hobby’s, die dominant is bij de Burgertoppen en G1000-oploopjes.

We zeggen tegen elkaar dat we met een enorme democratische handreiking aan de burger bezig zijn. De burger centraal. Samenlevingskracht. Participatiemaatschappij. Zelfredzaamheid. En meer van die modieuze termen.

Maar met die taal zijn we iets heel anders aan het doen. Daarmee stoten we mensen af, in plaats van ze uit te nodigen. En dat in het lokaal bestuur, het niveau dat zogenaamd het dichtste bij de burger staat!

Deze inteelt-taal vergroot de afstand tot de niet-ingewijde gewone Nederlander.  Wat zeg ik: dit is de taal die gele hesjes produceert!

Nu ligt alles soms ook wel weer genuanceerder dan je denkt. Ik moest glimlachen toen ik doorkreeg dat een paar van die experimenten van democratische nieuwlichterij zich juist in de allermoeilijkste wijken van Nederland afspelen: Right to Challenge in de Afrikaanderwijk in Rotterdam en een Coöperatieve Wijkraad op basis van loting in de roemruchte Groningse Oosterparkwijk. Dat had je nooit vooraf kunnen bedenken.

Ik ben dus blij met het Democratie in Actie-project van BZK, dat in contact staat met de enorme democratische energie die door Nederland stroomt, zowel aan de bovenkant als aan de onderkant..

Maar pas op met afstotend jargon, met gemakzuchtige, onnadenkende beleidstaal. Helder denken is helder spreken and the other way around!

Ik zeg niet dat taal de oorzaak is van de revolte van het populisme of van de opstand van de gele hesjes.

Maar helemaal onzin is dat ook weer niet. We weten (en politiek geograaf Josse de Voogd zal dat beamen) dat het politiek-maatschappelijk onbehagen in belangrijke mate een geografisch fenomeen is, een fenomeen van de zich  achtergesteld voelende regio’s.

Denk aan de AfD in het Oosten van Duitsland.

Denk aan de Deplorables van Trump die in fly-over country wonen, het Mid-Westen van Amerika

Denk aan de gele hesjes van Macron, die voornamelijk in het Noorden en Oosten van Frankrijk wonen: La France Périphérique.

Denk aan de PVV in Venlo of Oost-Groningen.

Het gaat hier om een breed gevoeld tweederangsburgerschap, een gevoel perifeer te zijn ten opzichte van de allesbepalende mainstream.

The Revolt of the Left Behind!! Minstens zoveel een cultureel-psychologisch fenomeen, als een sociaal-economisch verschijnsel.

En dat heeft veel te maken met de taal van minachting en neerkijken. De hoogopgeleiden in de booming steden die, soms zonder het zelf te beseffen, de globaliseringsverliezers in de periferie wegzetten als achterlijk of fascistoïde.

Zie ook het rapport-Remkes over deze tweedeling, en de bijbehorende vertrouwens- en representatiecrisis, die het politieke midden in de westerse samenlevingen uit elkaar dreigt te scheuren.

Er zit niets anders op: we moeten de democratie opnieuw uitvinden, met taal die hoog en laag met elkaar verbindt, en vertrouwen en geloofwaardige representatie herstelt. BZK heeft hierin een essentiële taak te vervullen!