Deze tentoonstelling is onderdeel van
Het geheugen van BZK op de
Kennisbang Openbaar Bestuur

Introductie door de curator

Roel Bekker

Wederom geen wonder deze morgen

Ramsey Nasr

1967

De rijksoverheid 50 jaar geleden, 1967. De wederopbouw was na een grote inspanning goeddeels achter de rug. Grote stelsels voor sociale zekerheid, onderwijs en zorg waren ingericht. Nieuwe uitdagingen kondigden zich wel al aan, maar waren nog niet erg merkbaar. De ministeries waren in de afgelopen jaren sterk gegroeid. Het was een eer om bij de overheid te werken. In de Telefoongids van Den Haag stond achter vele namen dat betrokkene referendaris of hoofdcommies ten departemente was, als ware het een eretitel. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (van Milieu had nog niemand gehoord) zat in oude legerbarakken aan de Van Alkemadelaan, het ministerie van Sociale Zaken in een omgebouwde woonflat. Financiën was gevestigd in het met honderden potkacheltjes verwarmde Paleisje aan de Kneuterdijk. Buitenlandse Zaken paste precies in het oude logement van Amsterdam aan het Plein. Typekamers waar de talloze handgeschreven stukken werden getikt door honderden typistes maakten een belangrijk deel van de ministeries uit. Was het aandeel vrouwen daar 100%, de top van de ministeries werd nagenoeg geheel bevolkt door mannen. De status van een ambtenaar werd afgemeten aan het aantal traveeën dat zijn kamer had. Er werd redelijk hard gewerkt, zij het dat niemand daar erg op lette, van efficiency had nog bijna niemand gehoord. Maar na de jaren waarin alleen de doeltreffendheid van de overheid maatgevend was, kwam het begrip doelmatigheid heel voorzichtig om de hoek kijken. In de taakomschrijving van de op 10 mei 1967 benoemde staatssecretaris van Binnenlandse zaken Chris van Veen stond onder meer dat hij belast was met de doelmatigheid van de rijksdienst. En met de Staatsdrukkerij en -uitgeverij, en niet te vergeten de Rijkscentrale voor mechanische administratie.

Typistes op het ministerie van Sociale Zaken

Foto: Collectie SPAARNESTAD PHOTO/Wilko A.G.M. Bergmans

Foto van typistes op het ministerie van Sociale Zaken

2017

Hoe anders is het beeld anno 2017. De ministeries zijn geconcentreerd in het centrum van Den Haag, op loopafstand van elkaar, met ambtenaren op flexplekken. Hoge, moderne panden met daarin door private bedrijven beveiligde en bediende ministeries domineren het stadsbeeld en overschaduwen letterlijk en figuurlijk het Binnenhof. Ambtenaar is geen eretitel meer. De ambtenaren van allerlei leeftijd, geslacht en etnische afkomst zien er net zo uit als de werknemers van vele andere instellingen, en hebben binnenkort zelfs dezelfde rechtspositie. Ze hebben allemaal een handige rijkspas waarmee ze de overheidsgebouwen binnen kunnen gaan om plaats te nemen achter een digitale werkplek die voor iedereen hetzelfde is. Via sociale media communiceren ze met elkaar en met hun vele contacten in de samenleving. Er wordt nog steeds redelijk hard gewerkt. Nota’s en brieven worden opgesteld en digitaal ‘naar boven’ gestuurd en gefiatteerd, waarna ze ook digitaal bij het parlement of andere geadresseerden arriveren. De ambtenaren hebben talloze reorganisaties en verbeteringsacties achter de rug of zitten er middenin, de rust van vroeger is compleet vervangen door permanente onrust.

Skyline van Den Haag anno 2017

Foto: Ossip van Duivenbode

Foto van de skyline van Den Haag anno 2017

50 jaar ontwikkeling rijksdienst

Getracht is in kaart te brengen wat zich in 50 jaar bij de rijksdienst heeft ontwikkeld. Vanzelfsprekend moeten daarbij beperkingen worden aangebracht, de geschiedenis van 50 jaar rijksdienst heeft een bijna onbegrensde omvang al naar gelang de invalshoek die men kiest. De invalshoek hier is die van de organisatie van de rijksdienst. Of misschien is het beter te zeggen: de organisatie binnen de rijksdienst, omdat het misleidend zou zijn de rijksdienst als één groot, onlosmakelijk geheel te zien.

Hoe heeft die zich de afgelopen 50 jaren ontwikkeld? Getracht is te inventariseren welke initiatieven er geweest zijn, op zowel ambtelijk als politiek niveau en wat betekenisvolle andere ontwikkelingen zijn geweest. Dat bleek overigens nog niet zo eenvoudig, er is niet een systematische documentatie beschikbaar van alle veranderingen. Veel wetenschappelijke analyses over het geheel zijn er ook niet geweest.

Duidelijk is dat er zeer veel is veranderd. Er zijn grote inspanningen geleverd die veel van de medewerkers hebben geëist. De verwachtingen waren daarbij vaak hooggespannen. Vaak werd de benaming ‘operatie’ gebruikt om het ingrijpende en heilzame karakter van ingrepen aan te duiden, alsof het om een ernstig zieke patiënt ging die beter gemaakt zou worden. Die wonderbaarlijke genezing bleek vaak uit te blijven, het was meer een kwestie van ploeteren en hard werken om zaken te veranderen. ‘Wederom geen wonder deze morgen’, een gezegde dat voor vele betrokkenen herkenbaar zal zijn. Maar wel een rijksdienst die ondanks alle kritiek er goed in geslaagd is haar taak uit te voeren.

Gekozen is voor een modulaire opzet die het ook goed mogelijk maakt onderdelen aan te vullen of te amenderen. Daartoe wordt gewerkt met een aantal ‘ramen’. Allereerst een uitgewerkt raam met de rijksbrede vernieuwingsacties (commissies, programma’s, operaties), in de vorm van een tijdlijn waarin ook de achterliggende documenten zijn geplaatst. Daarnaast bevat deze tentoonstelling een raam met belangrijke wijzigingen op het gebied van de PIOFAHC (personeel, informatie, organisatie, financiën, algemene zaken, huisvesting, communicatie), een raam met een schets van de wisselwerking tussen politiek en organisatie, een raam met grote reorganisaties per departement. Veranderingen te over. Vernieuwing is eigenlijk de beste term, beter dan het wel hele pretentieuze en de werkelijkheid ook niet helemaal rechtdoende term hervorming. Of de eveneens lang niet altijd adequate benaming ‘verbetering’.

Met dank aan

Jan Altenburg, Barend Barentsen, Tom Cordeweners, Peter Daalmans, Philip Geelkerken, Siwert de Groot, Lex van den Ham, Hannie van der Harst, Paul ’t Hart, Peter Hennephof, Jan Willem Holtslag, Jan de Jong, Walter Kickert, Rob Kuijpers, Wim Kuijken, Theo Langejan, Wolter Lemstra, Geert van Maanen, Frits van der Meer, Jan Postma, Rob Meijer, Arthur Ringeling, Maarten van Rossum, Jan Schinkelshoek, Martijn van der Steen, Koos van der Steenhoven, Johan Strieker, Margret Sukking, Martijn Venrooy, Herman Tjeenk Willink, Mark van Twist, Cees van ’t Veen, Hans Wiegel, Hans Wilmink, Gerard van der Wulp.