Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar de inhoud
U bevindt zich hier:

Normalisering rechtspositie ambtenaren

Normalisering rechtspositie ambtenaren

De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) is per 1 januari 2020 in werking getreden. Met deze wet is de principiële keuze gemaakt om de afzonderlijke rechtspositie voor de meeste ambtenaren af te schaffen. Het private arbeidsrecht voor werknemers in de markt is nu óók van toepassing op ambtenaren (ambtenaren van politie, defensie en rechterlijke macht zijn hiervan uitgezonderd).

Afbeelding thema Normalisering rechtspositie ambtenaren

Foto: Richard van Elferen

Waarom normaliseren?

In de visie van de indieners van het wetsvoorstel (D66 en CDA) vormt de Wnra het sluitstuk van een proces dat in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw in gang is gezet. De arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden bij de over­heid worden sindsdien gemodelleerd naar die in de marktsector. Wetgeving op het gebied van medezeggenschap, arbeidsomstandigheden en sociale zekerheid zijn waar mogelijk ook van toepassing geworden op ambtenaren. De indieners zien geen redenen meer om het grootste deel van de nog bestaande bijzondere rechtspositie van ambtenaren te behouden.

Tijdpad van implementatie en omvang operatie

Nadat de Eerste Kamer eind 2016 had ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren, is de Wnra op 28 maart 2017 in het Staatsblad bekendgemaakt. Door de wetgever, de overheidswerkgevers(verenigingen) en de vakbonden is vanaf begin 2017 hard gewerkt om de inwerkingtreding van de Wnra op 1 januari 2020 mogelijk te maken. Zo zijn er circa 90 wetten aangepast, zijn er werkgeversverenigingen opgericht, statuten opgesteld en privaatrechtelijke cao’s afgesloten. Administratieve systemen en ICT-processen zijn aangepast, opleidingen zijn ontwikkeld en er is gewerkt aan communicatie aan en voorlichting van het overheidspersoneel.

Gevolgen normalisering

De (tweezijdige) privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst vervangt de (eenzijdige) publiekrechtelijke aanstelling van ambtenaren. Het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op die arbeidsovereenkomst. De rechtsbescherming van ambtenaren is vanaf 1 januari 2020 niet meer door het publiekrecht, maar door het privaatrecht gereguleerd. Dat betekent dat het private ontslagstelsel van toepassing wordt; waaronder de preventieve ontslagtoets door UWV of kantonrechter. In plaats van bezwaar bij de eigen werkgever en beroep bij de bestuursrechter, komt de gang naar de kantonrechter. De wijze van totstandkoming van collectieve arbeidsvoorwaarden verandert. Het overeenstemmings- of meerderheidsvereiste uit het ambtenarenrecht komt te vervallen. Dit vereiste houdt in dat een akkoord met een meerderheid van de vakcentrales moet worden gesloten om arbeidsvoorwaardelijke rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren in te kunnen voeren of te wijzigen. Het (private) cao-recht is vanaf 1 januari 2020 van toepassing. Het cao-recht kent het beginsel van contractsvrijheid. Dat betekent dat sociale partners bij de overheid – binnen de gestelde kaders - vrij zijn in hun keuze waarover en met wie zij een cao sluiten.

Ambtelijke status blijft

Zoals gezegd, is het uitgangspunt van de Wnra om de arbeidsverhoudingen bij de overheid gelijk te schakelen aan de verhoudingen in het bedrijfsleven, behalve als er zwaarwegende argumenten zijn om dat niet te doen. Alleen dan zouden er voor ambtenaren afwijkende bepalingen moeten blijven bestaan. Als hoeder van het publieke belang is en blijft de overheid een bijzondere werkgever. Aan het werken voor de overheid worden bijzondere eisen gesteld. Om die reden voorziet de Wnra in een nieuwe Ambtenarenwet (de Ambtenarenwet 2017), waarin uitsluitend nog onderwerpen zijn opgenomen die direct verband houden met de ‘ambtelijke status’. Het gaat hierbij om bepalingen ten aanzien van de ambtseed, het integriteitsbeleid, het melden van nevenfuncties en financiële belangen, het vervullen van vertrouwensfuncties en het beperken van bepaalde grondrechten.

Uitzonderingen

Een aantal groepen is uitgezonderd van de Wnra, om diverse en soms praktische redenen. Deze groepen vallen niet onder het private arbeidsrecht, maar behouden hun publiekrechtelijke aanstelling. Het gaat om politieke ambtsdragers, leden van de Hoge Colleges van Staat[1], leden van adviescolleges[2] en zelfstandige bestuursorganen, de rechterlijke macht, alle defensieambtenaren, alle politieambtenaren, notarissen en gerechtsdeurwaarders.

 

[1] Dit geldt niet voor de ambtenaren die werken bij de Hoge Colleges van Staat.

[2] Dit geldt niet voor de ambtenaren die werken bij de adviescolleges.

Uitgelicht