Privacy en Cookies

Voor een volledige werking plaatst deze website cookies op uw computer. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics. Deze informatie helpt ons bij het verbeteren van onze website. De cookies bevatten anonieme informatie en blijven maximaal 2 jaar in uw browser aanwezig.

Naar hoofdnavigatiemenu U bevindt zich hier:

Beter Werken in het Openbaar Bestuur

Het geheugen van BZK biedt informatie over afgeronde beleidsprogramma's van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De gegevens in dit onderdeel van de website worden niet geactualiseerd.

'Beter werken in het openbaar bestuur' (BWOB) was een interbestuurlijk programma van het ministerie van BZK dat zich richtte op vernieuwing van de arbeidsmarkt, arbeidsrelaties en het werk zelf. Het programma liep van eind 2011 tot eind 2014 en kwam voort uit de roep om een productievere, effectievere en efficiëntere overheid.

BWOB onderzocht hoe werken in het openbaar bestuur (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) beter en anders kan, experimenteerde met andere manieren van werken en verbond verschillende initiatieven en medewerkers met elkaar. Daarnaast deelde het de verworven kennis en loste het knelpunten op die kunnen ontstaan bij verandering.

BWOB kende drie programmalijnen:

  1. Oplossen acute problematiek en bevordering arbeidsmobiliteit
  2. Voorkomen toekomstige tekorten en flexibiliseren (arbeidsflexibiliteit)
  3. Verhoging arbeidsproductiviteit en meer ruimte voor de professional (professionalisering)

Op deze pagina worden drie lijnen beschreven. Daarnaast vindt u hier de erfenis van het programma BWOB: onderzoeksrapporten, beschrijvingen van activiteiten en voorbeelden en aanknopingspunten voor de dagelijkse praktijk.

Afbeelding logo beter werken in het openbaar bestuur

Handreikingen personele mobiliteit en flexibiliteit

Binnen het programma BWOB zijn handreikingen opgesteld over 22 instrumenten die de mobiliteit en flexibiliteit van (overheids)personeel kunnen bevorderen.

In de handreikingen wordt beschreven wat het instrument inhoudt, op welke doelen en kansen het instrument zich richt en hoe het instrument in de praktijk ingezet kan worden.

De 22 handreikingen:

Deze verzameling handreikingen is een goede start, maar niet ‘af’ of compleet. Kennis van en ervaring met arbeidsmobiliteit en flexibilisering blijven zich ontwikkelen in lokale contexten. Het ministerie van BZK nodigt u dan ook uit om uw bijdrage, aanvullingen of eigen organisatievoorbeeld te delen via het volgende emailadres: ben.brande@minbzk.nl.

1. Arbeidsmobiliteit

Mobiliteit verbetert de aansluiting tussen vraag en aanbod, helpt overschotten en tekorten beter te verenigen, draagt bij aan vergroting van de bestuurskracht en geeft werknemers meer mogelijkheden tot professionele groei. Deze mobiliteit kan plaatsvinden zowel binnen de eigen organisatie (vanuit functies/taakvelden), binnen en tussen sectoren van het openbaar bestuur (Rijk, provincie, gemeente, waterschap) als tussen deze en andere sectoren, zoals onder andere het onderwijs, de culturele-, en zakelijke dienstensector, etc. De programmalijn Arbeidsmobiliteit richtte zich op de volgende doelen en subdoelen:

Doel 1: Het oplossen van acute problematiek/ Het op soepele wijze voorkomen van boventalligheid en tekorten via een goed werkend netwerk van van-werk-naar-werk (VWNW) arrangementen in tal van regio's

Subdoelen:

  • Het vergroten van de kennis in het openbaar bestuur over en van VWNW-concepten
  • Het totstandbrengen/verbeteren van regionale VWNW-netwerken

Doel 2: Het bevorderen van arbeidsmobiliteit

Subdoelen:

  • Het in kaart brengen van mobiliteitsbelemmerende maatregelen binnen de publieke sector en mogelijke oplossingen
  • Het bevorderen van interbestuurlijke uitwisseling (van personeel)
  • Het verbeteren van de transparantie van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt

Activiteiten

West-Brabant is koploper op het gebied van regionale samenwerking gericht op arbeidsmobiliteit. BWOB ondersteunde de regio West Brabant en bracht haar activiteiten (ACE, Transfercentrum West-Brabant) onder de aandacht bij andere regio’s.

Veel werkgevers hebben behoefte aan kennisdeling over arbeidsmobiliteit. BWOB stroomlijnde deze kennisdeling en gaf het bedrijf Puur.nu opdracht om bestaande netwerken aan elkaar te verbinden, lacunes op te sporen, en nieuwe netwerken te stimuleren.

BWOB ontwikkelde een draaiboek voor het organiseren van een 'Dag van de Mobiltieit', waarbij medewerkers de mogelijkheid krijgen om één dag bij een andere organisatie aan de slag te gaan.

2. Arbeidsflexibiliteit

De programmalijn Arbeidsflexibiliteit richtte zich op het structureel realiseren van meer flexibiliteit en een modern werkgeverschap waarmee organisaties in het openbaar bestuur ook in de toekomst voldoende juiste mensen kunnen aantrekken. De programmalijn kende de volgende doelen en subdoelen:

Doel 1: Voorkomen toekomstige tekorten

Subdoelen:

  • Vergroten bestuurlijke bewustwording/ agendering en verbinding bestuurders aan het programma BWOB
  • Bevorderen strategische personeelplanning
  • Vergroten inzetbaarheid personeel openbaar bestuur
  • Vergroten aantrekkelijkheid werkgever openbaar bestuur
  • Eenvoudiger maken om over te stappen vanuit ander sectoren naar het openbaar bestuur (en andersom)

Doel 2: Flexibiliseren arbeidsinzet

Subdoelen:

  • Schijnwerper zetten op een voorhoede van organisaties/pioniers op het gebied van modern werkgeverschap
  • Organisaties flexibiliseren door verbetering en vernieuwing van het werken met interne en externe flexibile schillen
  • Vernieuwing wet- en regelgeving, CAO's etc. en veranderen houding sociale partners

Activiteiten

Om contact te houden met talentvolle mensen die (door bezuinigingen) het openbaar bestuur moeten verlaten, kan een Alumninetwerk opgericht worden. BWOB bood hierbij ondersteuning en liet een Alumninetwerk toolkit ontwikkelen.

Samen met Adviesbureau Boer & Croon werd PITCH georganiseerd, een wedstrijd waarbij ambtenaren een plan konden inzenden voor het vebrteren van de samenwerking tussen verschillende bestuurslagen.

BWOB nam deel aan de 'Werkgroep open arbeidsmarkt'. Om te komen tot een open en transparante arbeidsmarkt met mobiliteit en flexibiliteit stelde de werkgroep een Code of Conduct op.

14 organisaties starten in 2012 ieder een pilot met nieuwe arbeidsvormen binnen de ‘Proeftuin Vernieuwende Arbeidsrelaties’. BWOB liet een evaluatie van de pilots uitvoeren. Ervaringen van de deelnemende organisaties zijn terug te vinden in de proeftuinkaarten:

3. Professionalisering

De programmalijn Professionalisering richtte zich op de volgende doelen en subdoelen:

Doel 1: Creëren van meer ruimte voor de professional

Subdoelen:

  • Versterken van de status en het gezag van professionals in de (semi)publieke sector
  • Ruimte creëren om te experimenteren met het (tijdelijk) buiten werking stellen van regelgeving om professionals de ruimte te geven hun vakmanschap te etaleren
  • Bijdragen aan het verhogen van beroepskwaliteit van professionals in (semi)publieke organisaties

Doel 2: Verhogen van de arbeidsproductiviteit

  • Het meetbaarder(der) maken, meten en benchmarken van arbeidsproductiviteit
  • Het aanbrengen van een financiële prikkelstructuur
  • Het aanjagen van innovatie binnen (semi)publieke organisaties gericht op het verhogen van arbeidsproductiviteit

Activiteiten

BWOB nam het inititief tot het opzetten van Slimmernetwerk, een netwerk van vernieuwers binnen het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en politie. De activiteiten bestonden uit een online netwerk, Doetanks, Slimmernetwerk Cafés en een Kennissennetwerk. In 2013 is onderzoek gedaan naar de resultaten van deze activiteiten.

Publieke veranderaars: een aantal vernieuwers ontwikkelde een mission statement waarin hun visie op transformatie binnen de overheid terug te lezen is. BWOB droeg bij aan dit initiatief.

BWOB liet onderzoek doen naar de knoppen waar werkgevers aan kunnen draaien om ruimte voor de professional te creëren. Dit resulteerde in een aantal rapportages:

BWOB droeg bij aan de Routekaart Goed Werk in het Openbaar Bestuur.

In het kader van de decentralisaties in het sociaal domein organiseerde BWOB samen met de VNG een Masterclass Transitiemanagement voor gemeente-ambtenaren op leidinggevend niveau. Samen met de Rijksnetwerkorganisatie Leren & Ontwikkelen organiseerde BWOB het @Programma intercollegiale professionalisering. Verder gaf BWOB financiële steun aan het programma Excellent lokaal overheidsmanagement van de Vereniging van Gemeentesecretarissen.

Bijeenkomsten

Bestuurdersconferentie 'Beter Werken in het Openbaar Bestuur'

(18 januari 2012)

Jonge Ambtenarendag

(29 maart 2012)

BWOB-Congres

(29 januari 2015)

Visie

Het programma BWOB ontwikkelde een visie op arbeidsmarkt en overheid in 2020.

Blik vooruit: arbeidsmarkt en overheid in 2020

Maatschappelijke, economische en technologische veranderingen hebben de overheid voor continue uitdagingen geplaatst. Inmiddels zijn uitdagingen opgepakt en omgebogen naar kansen en mogelijkheden. De overheid is goed in het omgaan met complexiteit, speelt snel in op nieuwe ontwikkelingen en is slagvaardig en doelmatig. Organisaties zijn daarvoor ingericht en de overheid beschikt over voldoende mensen met de juiste competenties.

Makkelijk overstappen

Schotten zijn verdwenen en medewerkers bewegen zich makkelijk tussen de verschillende bestuurslagen. Belemmerde regelgeving is opgeruimd en vervangen door stimulansen. In 2020 is het normaal en eenvoudig om over te stappen van overheid naar bedrijfsleven, semi-publieke sector en andersom. Mede door de inzet van informatie en communicatie technologie (ict) is er grote transparantie op de (regionale!) arbeidsmarkt over beschikbare banen en klussen. Overheidswerkgevers bevorderen deze mobiliteit.

Over resultaat en talent

Door de maatschappelijke meerwaarde en inhoudelijke variatie is werken in het openbaar bestuur aantrekkelijk geworden. Er is een loopbaanperspectief en er zijn brede ontwikkelings- en opleidingsmogelijkheden. Er is een andere cultuur: er wordt gewerkt binnen wisselende contexten en de traditionele hiërarchische organisatievorm verdwijnt. Ook het papier verdwijnt, er komt een interactieve dialoog met de burger. Communicatie, flexibiliteit, creativiteit en innovatie spelen een belangrijke rol bij de eisen aan de ambtenaar.

Flexibel inzetten van mensen

Er wordt gewerkt met interne en externe flexibele schillen. Arbeidsrelaties zijn veelvormig en hybride. Vast is minder vast en hierdoor worden overgangen makkelijker gemaakt. Er zijn werkbudgetten en transitiebudgetten beschikbaar voor functiewisselingen, loopbaaninvesteringen, training, zorgverlof etc. Arbeidsvoorwaarden bieden flexibiliteit en hierdoor kan men meer rekening houden met individuele voorkeuren en eventuele schaarste. Mobiliteit staat voorop.

Investeren in inzetbaarheid

Wegens demografische ontwikkeling is de overheid nog altijd enigszins vergrijsd. Werknemers investeren in employability. Gezondheid, scholing en mobiliteit zijn belangrijk. Doorwerken is normaal, men wordt gezien en vaak worden compensatiedagen ingeruild voor scholings-en transitiefaciliteiten.

Steeds beter…

De overheid streeft naar steeds grotere efficiency en effectiviteit. Dat vraagt om voortdurende vernieuwing en lerend vermogen. Men wil meer ‘value for money’. Experimenteren en benchmarks zijn standaard in het openbaar bestuur en er wordt meer afgerekend op resultaat.